Steun ons en help Nederland vooruit

Zelfredzaamheid een belangrijke “grondstof”

“Wie open staat voor verandering, komt sneller vooruit.” 1)

“ikke zelf doen”, dat zijn zo ongeveer de eerste woorden van een baby-peuter ná de woordjes: “mama” , “papa’, “hapje”, “drink” en “potje”. Die drang om zelfredzaam te zijn, is heel basaal, begint heel vroeg en spreidt zich daarna uit over steedsmeer terreinen. Het is de basis voor het verdere leven; als burger, als ondernemer, als ‘professional’ als Nederlander, Europeaan en wereldburger. Die zelfredzaamheid  –het vermogen om het eigen leven in te richten zonder hulp van anderen 2)–  is een van de belangrijkste grondstoffen van onze samenleving.

Tegenover zelfredzaamheid staat ‘aangeleerde hulpeloosheid’. 3) Dat laatste ontstaat als iemand niet in staat is –alle inspanningen ten spijt-  om effectief zijn of haar situatie te beïnvloeden. Of anders gezegd, als iemand ‘plat geslagen’ en totaal murw is gemaakt door een reeks van ervaringen waarbij het ontbrak aan elke logica, regel, norm en conventie. Stel je voor: altijd straf en altijd fout, wat je ook doet. Iets wat je gemakkelijk kan overkomen als je de codes, regels en procedures van je sociale, maatschappelijke en financiële omgeving niet kent. Dan ‘vluchten’ mensen; psychologische en sociaal-maatschappelijk. De een keert zich apathisch in zichzelf of creëert een eigen privé-wereldje om zich heen met alleen bekende en vertrouwde elementen er in. De ander klampt zich vast aan eigen taal, gemeenschap, cultuur of bekende tradities van andere plaatsen en tijden. Het resultaat is: ze komen níet vooruit.

—————————————————————————

Gewoonten, tradities, culturen, gemeenschappen en zelfs talen veranderen met de tijd en passen zich aan, aan lokale omstandigheden. Ze komen, veranderen en gaan: alles stroomt (Panta Rhei). De traditionele kleding van zeehondenbont van Noordpoolbewoners is niet praktisch in zinderende woestijnen elders. Omgekeerd geldt hetzelfde voor de peniskoker of lendendoek van een Amazonebewoner op de Noordpool. Inmiddels draagt de Noordpoolbewoner skikleding en de Amazonebewoner jeans met afgeknipte pijpen.

—————————————————————————

Iedereen kent wel een voorbeeld van een ‘vastgelopen’ persoon. Ook onder de talloze, moedige wereldburgers die zomaar uit den vreemde zijn neergestreken in Nederland. Maar tegenover elk negatief voorbeeld, staat een positief voorbeeld, zoals mijn vroegere Marokkaanse buurman met zijn vrouw. Hij was hulppizzabakker maar droomde van een eigen bedrijf…en heeft het gerealiseerd, mede ook omdat zijn vrouw er ook achter stond en nu meewerkt in de zaak. Een ander voorbeeld is de mij onbekende Turk in zijn Turkse snackbar in het hartje van Utrecht. Om de tijd te overbruggen tot het begin van een lezing, at ik daar een eenvoudige doch gezonde maaltijd, zoals Ollie B. Bommel dat zou zeggen.

Een paar honderd andere voorbeelden zijn ook de jonge, allochtone scholieren die gemotiveerd en ambitieus een extra stukje begeleiding zoeken via mentorprojecten van de scholen want ze willen iets maken van hun leven. Mijn derde mentee heeft op een haar na z’n havo-diploma niet gehaald maar gaat opnieuw op. Want hij wil naar het hbo voor een studie technische bedrijfskunde. Jaarlijks studeren ook een paar honderd vluchtelingstudenten af met beurzen van het (www.)UAF(.nl) dat gevestigd is in Utrecht. Zelfredzaam zullen zij werken in allerlei beroepen op alle niveaus van mbo t/m universiteit zoals dat nu ook al geregeld voorkomt.

Sommigen van die getalenteerde jongeren en afgestudeerden zullen ook burgemeester worden zoals een Aboutaleb, Tweede Kamerlid zoals een Fatma Koser Kaja of ondernemer zoals mijn vroegere buurman. Anderen zullen toppers worden in hun vak, samen met andere toppers; de nazaten van veel oudere en eerdere ‘import’-generaties.

Een paar duizend voorbeelden van de generaties vóór hen, zijn hen al voor gegaan. Bijna onherkenbaar zijn ze ingeburgerd en opgegaan in ’s lands bevolking. Soms nog slechts herkenbaar aan een naam met een dubbele ‘f’, ‘n’ of ‘sch’, een plaatsnaam (Van Elmpt, Van Keulen, Van Aragon) of met een naam van buitenlandse origine (probeer uw eigen naam maar eens op  http://www.meertens.knaw.nl/nfb/). Wie verder terug gaat in de geschiedenis stuit op tienduizenden en zelfs honderdduizenden en het telt op tot miljoenen. Het begon met de ondernemende jagers die afkomstig waren uit Noord-Duitsland, de eerste gesettelde Nederlanders waren afkomstig uit het Midden-Donaugebied. Daarna zijn er velen gekomen en gebleven (Bataven). Zo is het altijd geweest (en zal het altijd zijn). En dat betreft niet alleen de achterblijvers van bezettingsmachten van de talloze rooftochten en oorlogen, ‘Noormannen’, Germanen, Spanjaarden, Franken, Fransen, Portugezen en Engelsen en Duitsers. Handel bracht ook veel uitwisseling met zich mee. Er waren reizende handelaren (‘kiepkerels’ en marskramers) die in en uit het land trokken of zich vestigden (bijvoorbeeld, de heren Vroom en Dreesman). 4) Denk ook aan de Hanze-tijd waarin al die goederen getransporteerd moesten worden en hadden de diverse nationaliteiten eigen handelsposten en landgenoten in den vreemde gevestigd.

De lezing 5) die ik zojuist noemde, ging over de twist tussen twee Utrechtse professoren aan de universiteit. De ideeën over wetenschap, wiskunde en filosofie van de ‘Fransoos’ René Descartes  botsten met die van een Calvinistische Voetius. Die botsing zelf, en ook het denkwerk van Descartes, heeft de Nederlandse samenleving verrijkt en verlicht. Datzelfde geldt voor vele andere allochtonen uit het verleden zoals de Hugenoot Pierre Bayle, Comenius (een Tjech), een Spinoza (Nederlander, zoon van Portugees-Joodse immigranten) of een Mulisch (Mulisch, de zoon van een Oostenrijks-Hongaarse vader en een Duits-joodse moeder).

Andere buitenlanders hebben langere tijd in Nederland gewoond en gewerkt. Zij hebben Nederland en de wereld van prachtige levenswerken voorzien: de Zweed Linnaeus (van de indeling en benamingen van het plantenrijk, de Duitse componist Gustav Mahler, de Rus Dmitri Sjostakovitsj  (componist) en tsaar Peter de Grote heeft niet alleen hier het scheepstimmermansvak geleerd. Toen hij terug was in St. Petersburg zijn er talloze kunstenaars, wetenschappers en vakmensen naar Nederland getogen om ‘te leren’.

Het ‘elders leren’ op eigen kracht heeft een lange traditie. Geleerden trokken in de Middeleeuwen van universiteit naar universiteit en van bibliotheek naar bibliotheek; en zelfs ook naar Nederland (Leiden). Het fenomeen vond ook ingang in het gildenwezen; de ‘Wandergesell’ moest bij andere meesters het vak verder leren alvorens zichzelf ergens te vestigen. Talloos zijn dan ook de hedendaagse buitenlandse uitwisselingsstudenten die aan Nederlandse universiteiten en hogescholen hun studies met succes afronden en omgekeerd.  Zij hebben zich open opgesteld voor veranderingen en dingen geleerd die aan de achterblijvers onthouden is. Na terugkeer vertaalt zich dat niet zelden in betere posities in het land van herkomst en soms met verdere versterking van de relaties met Nederland, zoals eerder in het geval van Tsaar Peter en recenter in het geval van bijvoorbeeld veel Indonesische afgestudeerden aan Nederlandse universiteiten. Sommigen daarvan keren terug met een opdrachtbrief van hun Nederlandse universiteit omdat zij iets terug willen doen. Het alumninetwerk IkaNed (www.ikaned.org) van Indonesiërs die in Nederland een academische graad hebben behaald telt zo ca. 20.000 informele ambassadeurs. De ambassade in Jakarta heeft blijvende contacten met hen; andere landen doen dat niet zomaar na. 6)

Al deze voorbeelden hebben gemeenschappelijk dat de buitenlander het zélf gerealiseerd heeft, op eigen kracht en op eigen initiatief zijn of haar steentje heeft bijgedragen aan de Nederlandse samenleving. Soms was er een beurs, een cursus of een ander zetje. Maar die grondhouding en dat vermogen van zelfredzaamheid is hun ‘stok en stut’ geweest, ‘die geen profiteurs maar juist entrepreneurs gestut heeft op dat wreed “schavot” ‘ 7) van onbekende codes, regels en procedures in een totaal vreemde omgeving en samenleving.

Zelfredzaamheid heeft ieder van ons ver gebracht. Kennelijk kon en kán dat nog steeds gewoon in Nederland. D66 vertrouwt daarom op de eigen kracht van mensen 8). Uitdaging, ondersteuning, initiatief en lef, dat is er voor nodig. “Al” die eeuwen van honderdduizenden en miljoenen buitenlanders zijn evenzoveel kansen; kansen voor innovatie, voor ondernemerschap, voor dwarse ideeën en nieuwe inzichten. Kansen, om Mensen, Kennis en Bedrijvigheid (MKB) te combineren en nieuwe handelsrelaties te starten. 9)

===BV/1/1/2011===

1) Artikel-interview met de in Vlaardingen geboren Palestijn  Imad El Kaka, in het Giving Back Magazine (voorjaar 2010); www.givingback.nl/documenten?dl=gbmagmaart2010.pdf

2) http://nl.wiktionary.org/wiki/zelfredzaamheid Voor de goede orde; elke encyclopedie en elke studie van ‘zelfredzaamheid’ heeft een andere definitie van he tbegrip. Het gaat buiten het bestek van deze column om in de diepte op de verschillen en overeenkomsten in te gaan. In de context van deze column wordt het begrip in brede zin gebruikt; o.m. sociaal-maatschappelijk en economisch maar ook emotioneel & op het terrein van ‘burgerschap’. (Stuk voor stuk ook weer complexe begrippen.)

Voor meer informatie (met dank aan John Reijnders)

* Zelfredzaamheid. Concepten, thema’s en voorbeelden nader beschouwd, Auteurs: Ira Helsloot en Barry van ’t Padje (red.) 2010. http://crisislab.nl/wordpress/zelfredzaamheid-concepten-thema%E2%80%99s-en-voorbeelden-nader-beschouwd/

* http://www.forum.nl/Zoek_resultaten?start=0&q=zelfredzaamheid

3) http://nl.wikipedia.org/wiki/Aangeleerde_hulpeloosheid Idem; elke encyclopedie en elke studie van ‘aangeleerde hulpeloosheid’ heeft een andere definitie.Strikt genomen in ‘niet-zelfredzaamheid’ het tegenovergestelde van ‘zelfredzaamheid’ en snijdt ‘aangeleerde hulpeloosheid’ een andere thematiek aan. Het gaat buiten het bestek van deze column om in de diepte op de verschillen en overeenkomsten in te gaan.

De thematiek laat zien dat immigratie en inburgering ook problematisch kan zijn voor een land, zie ‘Problemen en kansen Horizonscan. Probleem 55-Demografie: Spanningen vanwege immigratie uit arme landen’. www.horizonscan.nl/uploads/File/Problemen%20en%20kansen%20horizonscan-website.pdf

4) Even op een rij:

–        8.000 voor Chr. Uit Noord-Duitsland trekken jagers hierheen, en vestigen zich onder andere in Friesland en Twente. Rond 8.000 v. Chr. wonen hier ongeveer 1.000 mensen, in kleine groepen van 15-50 mensen.

–        5.000 voor Chr. Door klimaatveranderingen is landbouw mogelijk. De eerste gesettelde Nederlanders zijn afkomstig uit het Midden-Donau-gebied.

–        3.000 voor Chr. Nederland telde naar schatting 10.000 mensen.

–        50 voor Chr-400 na Chr. Ca 6.000 Romeinen bewaken met behulp van bevriende stammen de noordelijke grens; de Rijn. (Een korte tijd is op de plaats van het huidige Voorburg de politiek-bestuurlijke, mobile bestuurszetel van het Romeinse Rijjk gevestigd geweest; het Forum Hadriani, www.nu.nl/wetenschap/2380211/hoofdstad-romeinse-rijk-lag-in-nederland.html.) Ten noorden van de Rijn wonen de Friezen. Tijdens de Romeinse overheersing woonden in Nederland vermoedelijk ruim 100.000 mensen. Toen het Romeinse rijk ineen stortte, trokken Germaanse stammen de delta van Maas en Rijn binnen; de Franken en Saksen

–        800-1000, Vikingen (zie beneden).

–        1580-1600. In korte tijd stromen 150.000 Protestantse Belgen Noord-Nederland binnen, een gebied met nog geen anderhalf miljoen inwoners.

–        1600-1700. Enkele duizenden sefardische joden zoeken in het begin van de 17e eeuw hun heil in het Nederland van de Zeven Provinciën.

–        1670-1700. Ruim 50.000 Hugenoten komen naar Nederland om aan de vervolgingen in Frankrijk te ontkomen.

–        1650-1850. Van de vele tienduizenden, Duitse gastarbeiders die jaarlijks Nederland in- en uittrokken als gastarbeiders, blijven er vele tienduizenden uiteindelijk hier wonen, net als de vele ‘kiepkerels’ (rondtrekkende handelaren). Sommige werkten zich op tot winkelketens die wij nu nog kennen (Foxy Fasion, van Voss; V&D van de heren Vroom en Dreesman, C&A de gebr. Brenninkmeijer, AH van Albert Heijn);

–        1911-1930. Chinese ex-zeelieden vestigen zich in Amsterdam en Rotterdam, beginnen restaurants en winkeltjes en laten familie over komen om mee te helpen.

–        1900. Voor de goede orde, in 1900 telde Nederland nog maar ca. 5 miljoen inwoners.

–        1901-1973. Gastarbeiders van de Staatsmijnen (zie beneden).

–        1945-1950. Indische Nederlanders. In 1948 wordt Indonesië onafhankelijk….Nederlandse Indonesiërs moeten het land verlaten. Enkele honderdduizenden komen naar Nederland.

–        Na 1975, onafhankelijkheid van Suriname en de Antillen leidt tot een grote stroom migranten naar Nederland. Vanwege de recessie (2003) vestigen zich tienduizenden mensen jaarlijks vanuit de Antillen in Nederland.

–        2002. Grafiek Immigranten in Nederland (peildatum 1/1/2002: Aantallen van eerste plus tweede generaties naar herkomst/achtergrond, bron CBS

..400.000 Indonesië

..400.000 Duitsland

..ca 320.000 Turkije

..ca 280.000 Marokko

..ca 600.000 uit Ned. Antillen/Aruba, België, Verenigd Koninkrijk, (Voormalig) Yoegoslavië, Irak, China, Italië, (Voormalige) Sovyet-Unie.

Bij elkaar telt het op tot ca. 2 mln in 100 jaar tijd.

Bron: Intermediair 9 januari 2003 “We zijn allemaal immigranten”, Mans Kuipers, pg 30-31

Voor de recentere tijd, zie: “Naar schatting 98% van de Nederlanders heeft buitenlandse voorouders. Sporen van migranten zijn overal te vinden. In archieven, musea en bij jou thuis. Wat is jouw relatie met migratiegeschiedenis?” www.vijfeeuwenmigratie.nl.

En verder uit andere bron:

–        pg 71; tabel 3.3; het aantal inwoners binnen de grenzen van het huidige Nederland 1500-1800); de tabel laat zien dat het aantal inwoners in Nederland in 1600 tussen de 1,4 en 1,6 miljoen lag;

–        pg 95 meldt dat “ zich tussen 1600 en 1800 ongeveer 500.000 buitenlanders permanent in de Republiek gevestigd hebben. Een ongeveer even groot aantal zou als ‘transmigrant’ beschouwd moeten worden. Het waren degenen die hierheen kwamen om weer snel het land te verlaten, vrijwel altijd in dienst van de Oost- of West-Indische Compagnie. Zeker de helft van hen verdween voorgoed of kwam om (wat meestal het geval was). Een derde groep kan als seizoensarbeider worden geclassificeerd en kwam hierheen voor de walvisvloot, de koopvaardijvloot, in de turfgraverij, de agrarische sector, de blekerijen enzovoort.  Voor een aantal maanden per jaar verdienden zij een voor hun begrippen hoog inkomen. Deze migrantenstroom nam pas na 1650 grote afmetingen aan, en telde toen jaarlijks zo’n 30.000 werkers, die gedurende een periode van ongeveer vier maanden in de Republiek werkzaam waren.

Bron: Nederland 1500-1815, de eerste ronde van de moderne economische groei (Dr. Jan van der Zee, dr. Ad van de Woude; 1995)

Voor de toekomst zal die lijn doorzetten:

–        17/12/2010 Immigratie levert een belangrijke bijdrage aan de bevolkingsgroei. In 2010 vestigden zich naar schatting 147 duizend immigranten in Nederland. Op termijn gaat de prognose uit van een structureel aantal immigranten van 144 duizend per jaar. www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/bevolking/publicaties/artikelen/archief/2010/2010-083-pb.htm

Als die lijn aangehouden wordt, dan telt dat op tot ca 1 mln in 10 jaar tijd.

Ad 1901-1973;

Met de oprichting van de staatsmijnen nam het aantal inwoners in Brunsum (Limburg) en omstreken door vestiging van arbeiders uit andere delen van Nederland en gastarbeiders uit Zuid-Europa en Noord-Afrika snel toe. Ze waren voornamelijk hier voor de kolenmijnen en voornamelijk afkomstig uit Polen en de Balkanlanden. In de Limburgse mijnen werden naar verhouding veel meer buitenlanders dan Nederlanders ontslagen. Door ontslagen tijdens de crisis liep hun aantal in vier jaar terug van 12.248 naar 5.179. Later, in de jaren 60 en 70, werden ten dienste van de zware industrie mensen gehaald uit landen als Italië, Spanje, Portugal, Turkije en Marokko.

Bronnen:

*Wikipedia: staatmijnen

*Wikipedia: gastarbeider

*Mijnwerkershistorie is van heel Limburg’ – Dagblad De Limburger 15 mei 2008 www.limburger.nl/article/20080515/REGIONIEUWS05/818403067/1030. (Over twee boeken over de geschiedenis van de staatsmijnen die gebruik maakten van de informatie van de ongeveer dertigduizend oud-mijnwerkers die nog in leven zijn.

*www.dbnl.org/tekst/voge024cult01_01/voge024cult01_01_0007.php, n.a.v. ‘Cultuur en migratie in Nederland. Nabije vreemden. Een eeuw wonen en samenwonen.’ Jaap Vogel, 2005

Ad 800-1000 na Chr. Viking overvallen en winterkampen

pg 10, Vikingen drongen via Rijn en Maas door tot Trier en Luik. Ze hadden winterkampen in Walcheren, Elsloo, Utrecht en Nijmegen, maar ook in Duisburg en Neuss.

pg 24, Het zijn de veranderingen in de Vikingmaatschappij die ze (in Europa) van het toneel doen verdwijnen. Zo kon de bovenlaag van de Vikingen in de tiende en elfde eeuw naadloos opgaan in de veranderende samenleving waarin ze aanvankelijk als vreemden terecht kwamen.

Bron: Vikingen! Overvallen in het stroomgebied van Rijn en Maas, 800-1000, Annemarie Willemsen, 2004

Omstreeks het jaar nul:

Na een intern conflict onder het Germaanse volk, de Chatten, vestigde een afsplitsing (de Bataven) zich in de Rijndelta van het huidige Nederland.

Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Bataven

5) Lezing 15/5/2010 Prof. dr. Theo Verbeek, hoogleraar wijsbegeerte ter gelegenheid van het 20e jubileum van de FUF (Faculteitsvereniging Utrechtse Filosofiestudenten (http://fuf.phil.uu.nl/fuf/).

6) Er zijn in diverse buitenlanden alumniverenigingen van buitenlanders die aan Nederlandse universiteiten hun graad gehaald hebben of gepromoveerd zijn. Bijvoorbeeld IkaNed in Indonesië (gevestigd in miljoenenstad Jakarta) dat bestaat al heel lang. Sommigen hebben zelfs een opdrachtbrief van hun Nederlandse universiteit op zak om als informele ambassadeur op te treden. Heel nieuw is het Holland Alumni Network (HAN) in Zuid-Korea te Seoul, waar de rivier die de miljoenenstad doorkruist, ook ‘Han’ heet!

Voor een centrale ingang naar al deze netwerken en contacten, zie NUFFIC’s NAAs: Netherlands Alumni Associations around the world (www.nuffic.nl/international-students/alumni/holland-alumni-network/naas-netherlands-alumni-associations-around-the-world). Dat het –per universiteit-  in behoorlijke aantallen kan lopen, laat de site van de EUR zien: www.iss.nl/Alumni.

7) Naar het gedicht ‘ Het Stokske van Joan van Oldebarnevelt’ van Joost van den Vondel

8) www.d66.nl/d66nl/item/vertrouw_op_de_eigen_kracht_van_11

9) Handelsnetwerken. Naast de formele organisaties zoals Agentschap NL (www.agentschapnl.nl) en de buitenlandse handelsmissies over en weer van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie zijn er talloze bestaande netwerken en structurele relaties die gebruikt kunnen worden:

–        In bijna elk buitenland is er wel een Netherlands Bussiness Club / Association, eenvoudig te googlen door een stad er bij te noemen

–        Het eeuwenoude Hanze-netwerk is weer springlevend dankzij de EU die de aanzet heeft gegeven om gemeenschappelijk te besluiten allerlei binnengrenzen, verschillende valua-systemen en onnodige en concurrentievervalsende import-, export- en andere handelsbelemmeringen weg te nemen. (www.hanse.org)

–        Bijna alle steden in Nederland hebben wel een zusterstad. Die vaak culturele uitwisseling is natuurlijk ook goed te gebruiken om zakelijke samenwerkingen op te zetten; www.stedenbanden.nl, of  www.twincities.nl.

–        Uiteraard is er ook aan te haken op de initiatieven van elders:

o   Pan European Business Co-operation Schemes (PES) SME match-making http://eic.cec.europa.eu/PES.

o   Of van startpagina’s zoals die van het research & science portal www.bjernv.dds.nl.

 

Laatst gewijzigd op 22 november 2018