Steun ons en help Nederland vooruit

Visie op de toekomst van de Wmo

Elisabeth van Oostrum, 29 september 2011 ,inleiding tijdens de dialoogavond over De Kanteling van de Wmo

Vandaag neem ik voor het eerst, sinds enkele maanden, weer deel aan een openbare bijeenkomst. Dat het juist op deze avond is, is natuurlijk geen toeval. De kanteling is een belangrijk proces in onze gemeente en ik wil daar graag mijn visie op geven en daarmee een goede discussie uitlokken. Ik heb afgelopen weken veel tijd gehad om hier over na te denken, te lezen en te praten met klanten, zorgverleners en mantelzorgers, dus gaat u maar even lekker zitten.

Wat is de kanteling? De kanteling is een proces dat door het Rijk is ingezet om het meedoen in de samenleving op een andere wijze te stimuleren en faciliteren. De vraag is niet of wij de Kanteling invoeren maar hoe wij dat gaan doen.
De Kanteling is een fraaie ideologie, maar de vergrijzing en betaalbaarheid van de zorg spelen hierbij ook een grote rol. Er is immers minder budget voor een steeds grotere groep mensen en er komen ook steeds nieuwe taken bij. Bovendien verandert de doelgroep en de samenleving continu. De nieuwe generatie ouderen zit anders in elkaar dan onze alleroudste inwoners. Onze inwoners zijn niet gemiddeld en zelfs per dorp zijn er verschillen. Bestaan ouderen nog wel als groep? Ik kom hier straks op terug
De Wmo is continu in ontwikkeling, ook in onze gemeente, en de Kanteling moet er voor zorgen dat de middelen zo effectief mogelijk worden ingezet. De Kanteling heeft effect op de indicatiestelling, de toekenning en de uitvoering van de Wmo. Het is ook verwachtingsmanagement. Zowel gemeenteraad, zorgaanbieders, welzijnswerkers maar ook inwoners en mantelzorgers zullen hun verwachtingen en werkwijze moeten bijstellen.
Het wordt meer in overeenstemming met zoals de Wmo oorspronkelijk bedoeld was. De essentie is dat er meer maatwerk geleverd wordt en dat er een groter beroep op de eigen kracht gedaan wordt. Maar het betekent ook dat niet iedereen meer automatisch hetzelfde krijgt.

Daarmee is de Wmo politiek pur sang. Wij streven een belangrijk maatschappelijk doel na, namelijk het voorkomen van uitsluiting en isolement. En moeten niet alleen beslissen waar wij het geld aan uitgeven en met welke instrumenten wij dit doen, maar ook beslissen wat wij van inwoners zelf verwachten aan zelfredzaamheid en eigen financiële bijdrage.

Hoe gaat wij deze discussie voeren?
Ik leg u in mijn verhaal de belangrijkste dilemma’s voor en geef u relevante achtergrond informatie. De discussie zal vandaag over de belangrijkste keuzes gaan. Wij hebben straks richtinggevende uitspraken van de gemeenteraad nodig om ons beleid bij te stellen. Wij zullen de discussie van vanavond meenemen in een notitie van uitgangspunten, en die in december aan de gemeenteraad aanbieden. Dit zal parallel lopen met de verwerking van de eerste ronde bezuinigingen op de Wmo zoals die in het voorjaar 2011 zijn voorbereid. Deze bezuinigingen op de Wmo uit het collegeprogramma worden jaarlijks voorbereid.
De gemeenteraad neemt in het voorjaar een besluit over de nieuwe beleidsnota en de verordening waar de wijzigingen als gevolg van de Kanteling in zijn verwerkt. Dit zal zeker niet direct tot bezuinigingen leiden. Het is daarom belangrijk dat wij deze twee processen los van elkaar blijven zien.
Het is niet noodzakelijk dat over alle keuzes vanavond gesproken wordt. Waar nodig kan extra onderzoek gedaan worden en een deel kan in een later stadium behandeld worden. De Wmo is continu in beweging en dat is prima. Ook komende jaren zullen wij blijven bijstellen.

Zorgen over financiën
Voordat wij naar de keuzes gaan nog even iets over de financiën. We hebben net Prinsjesdag achter de rug en gehoord hoe overal de broekriem moet worden aangetrokken. Er wordt bezuinigd op de zorg ondanks dat de hoeveelheid mensen die er gebruik van maken groeit Ook weten we uit ervaring dat elke decentralisatie door het Rijk gepaard gaat met bezuinigingen. Waarom saneert het Rijk zelf de uit de hand gelopen taken niet voordat zij ze overdraagt aan de gemeenten? Nu krijgen wij als wethouders steeds de zwarte Piet. Ik begrijp dat er moet worden bezuinigd worden op de zorg en zie ook dat gemeenten het doorgaans goedkoper kunnen dan het Rijk, maar ik zie hele wonderlijke processen. Hoe kan de minister beweren dat zij bezuinigt op de PGB’s zonder dat mensen daar last van hebben? Juist het PGB kent nauwelijks overhead. Het budget gaat vrijwel geheel naar de zorg. Hoe kan je dan bezuinigen zonder dat het zeer doet?
Als wij als gemeente ons werk goed doen, door ouderen te faciliteren om lang zelfstandig te kunnen blijven wonen, voorkomen wij dat mensen naar een verpleeghuis moeten. Dit scheelt het Rijk veel geld. Wij zien hier niet de revenuen van. Ergo, als wij ons werk goed doen, kost het ons meer geld maar bespaart het Rijk middelen. Door de huidige financieringssystematiek komt het voordeel niet terecht bij de organisatie of overheid die de besparing mogelijk maakt.

Gemeentelijke financiën
Ook op gemeentelijk niveau baren de financiën mij zorgen. In het huidige collegeprogramma is al een behoorlijke bezuiniging op de Wmo vastgesteld, oplopend tot 7 ton per jaar Op zich zijn bijsturingen mogelijk. Dit hebben wij in het verleden ook al met succes gedaan en blijft jaarlijks nodig. Wij hebben steeds sober begroot op de Wmo. In de recente landelijke benchmark Wmo zien wij dat de Utrechtse Heuvelrug aanzienlijk minder uitgeeft aan de basistaken van de Wmo dan vergelijkbare gemeenten. Wij geven bijvoorbeeld per inwoner ook minder uit dan de gemeente Huizen, Wijk bij Duurstede en Tilburg, de gemeenten waar wij dit jaar zijn wezen kijken. De mogelijkheden om het budget nog verder te verminderen zijn in mijn ogen heel beperkt. Het zal al moeilijk genoeg zijn om met het budget dat in het collegeprogramma afgesproken is uit te komen, juist omdat de doelgroep voor de Wmo in onze gemeente komende jaren veel groter wordt.

Penny wise, pound foolish
Bezuinigen op zorg en welzijn hebben een groot risico. Het takenpakket van de gemeente omvat veel preventieve taken zoals jeugd- en jongerenwerk, maatschappelijk werk en sport. Als je dit wegbezuinigt zullen problemen op psychisch, fysiek en veiligheidsvlak toenemen en kost het uiteindelijk veel meer om dan pas in te grijpen. Bezuinigen op preventie is uiteindelijk duurder uit zijn. Ondanks het grote sociale bewustzijn bij bestuur en inwoners op de Heuvelrug worden nut en noodzaak van veel maatschappelijke processen en interventies vaak niet voldoende onderkend. Meedenken over ruimtelijke plannen en verkeer kan iedereen, maar andersom is dat veel lastiger. Meedenken over maatschappelijke vraagstukken is voor velen veel moeilijker. Dit baart mij zorgen in het bezuinigingsproces waar de gemeente nu middenin zit.

Mogelijkheden en kansen
De Kanteling is gelukkig niet alleen een financieel verhaal. Het biedt ook veel nieuwe mogelijkheden en kansen. Daarover wil ik nu meer vertellen. Ik heb voor u elf trends geformuleerd die naar mijn idee gelden voor onze gemeente.

1. Het principe van ongelijkheid.
Iedere situatie is anders. De rechtvaardiging van wat een gemeente zal doen voor een klant zit hem in de afspraken die met de klant gemaakt worden naar aanleiding van het gesprek. Hiermee wordt de Wmo nog vraaggerichter. Dit betekent dat rechtsgelijkheid niet langer als eerste voorop staat. En dat vraagt meer creativiteit van de gemeente of degene die het gesprek leidt. Met als gevolg dat wij onze indicatiestelling kritisch moeten bekijken. Veel gemeenten maken onderscheid tussen simpele hulpvragen en complexe. Simpele worden snel verwerkt zodat meer tijd over blijft om de complexe vragen goed te behandelen. Wij voeren al enkel jaren alle gesprekken bij de mensen thuis. Wij zullen een keuze moeten maken of wij het standaard keukentafel gesprek houden of dat wij onderscheid gaan maken tussen uitgebreide gesprekken en eenvoudige vragen anders afhandelen. Het contract van de indicering loopt tot uiterlijk 1 januari 2013. Ook bestaat de mogelijkheid om als gemeente meer zelf te indiceren doen en alleen bij complexe situaties deskundigen te raadplegen.
Bijvoorbeeld een rolstoel snel leveren na een ziekenhuisopname maar over een scootmobiel eerst een gesprek aangaan om na te gaan waar de vervoersbehoefte uit bestaat en of dit ook anders opgelost kan worden.

2. De rol van de omgeving wordt nog belangrijker.

De samenwerking tussen formele en informele zorg zal verder moeten worden versterkt. Door meer beroep te doen op de eigen kracht van betrokkene, familie, vrienden en buren kan beter maatwerk worden geleverd. Familiezorg, zoals in Tilburg is een goede werkwijze en met een expertgroep kun je deze nieuwe werkwijze versnellen. Een expertgroep behandelt zelf een aantal complexe vragen en leert alle zorgaanbieders deze methodiek.Tijdens mijn week in het Italiaanse ziekenhuis heb ik ervaren wat familiezorg is. De rol van de familie is daar veel groter. Op elke kamer zijn mogelijkheden om te overnachten en familie is 24 uur welkom. In het nachtkastje zit een lade voor bestek omdat veel eten wordt meegenomen. Het eten in het ziekenhuis is prima, twee keer per dag warm met een glaasje wijn, maar het eten van mama is natuurlijk altijd beter en alle familie moet ook kunnen eten. Zoals de familiezorg in Italië functioneert is in Nederland niet haalbaar en past ook niet bij onze cultuur, maar we geven het hier onvoldoende kans.
Voorbeeld: Vaak zitten mensen niet eens te wachten op professionele zorg maar zijn zij pas echt geholpen met iemand die ze wekelijks meeneemt naar de bridgeclub of het zangkoor.

3. De oudere als doelgroep van overheidsbeleid vervaagt.
Kwetsbare inwoners worden de zorgvrager. Kwetsbaar zijn mensen die grote problemen ervaren in een of meer van de vijf belangrijkste levensdomeinen: gezondheid, inkomen, sociale contacten, bezigheden en zingeving. Hieronder vallen uiteraard ook alle mensen met een ernstige functiebeperking. En natuurlijk ook de mensen die onder de extramurale AWBZ-begeleiding vallen en straks ook onze gemeentelijke verantwoordelijkheid zijn.
In de Kaap van 22 september jl. stond een goed ingezonden stuk van het Seniorenplatform. De vraag werd terecht opgeworpen of ouderen nog wel een doelgroep zijn. De nieuwe generatie ouderen wil niet als zodanig aangesproken worden. Zij gaan wel massaal bridgen, doen mee aan pubkwis of gaan naar de bibliotheek voor een cursus omgaan met de i pad en pod. Op deze bijeenkomsten is bijna iedereen 55 plus, maar ze willen niet naar een bijeenkomst voor alleen ouderen. Veel gemeenten schaffen daarom het ouderenwerk af en richten zich allen op kwetsbare inwoners.
Gemiddeld zijn mensen alleen de laatste drie jaar van hun leven aangewezen op enige of meer hulp van anderen. Moet je dan de 25 jaar (van 55 tot 80) ervoor alle ouderen als hulpbehoevende benaderen?


4. Ouder worden is een natuurlijk proces

Ouder worden hoeft niet door de gemeente gefaciliteerd te worden. Ouder worden is niet iets dat je overkomt maar iets wat je lang ziet aankomen. Het is een natuurlijke levensfase. Net als op kamers gaan wonen, samenwonen of trouwen. Dan zorg je doorgaans zelf voor je tweedehands of nieuwe spullen. Als je een baby krijgt richt je als ouders doorgaans zelf de babykamer in. Als je kinderen uitvliegen pas je zelf je huis weer aan of gaat kleiner wonen. Als je niet meer gewoon kunt fietsen koop je tegenwoordig een elektrische fiets. Maar waarom reageren wij dan zo anders op ouder worden? Waarom moet de gemeente een 30 jaar oude badkamer vervangen in een koopwoning terwijl de bewoners dit eigenlijk in een reguliere opknapbeurt al lang toekomstbestendig hadden kunnen maken. Wij stimuleren dit met het project “Uw huis uw toekomst”. Maar moeten wij in het toekennen van voorzieningen niet veel terughoudener worden? Waarom moeten wij een scootmobiel aanschaffen als mensen niet meer langer kunnen autorijden
Voor de goede orde: Natuurlijk iedereen die op jonge leeftijd gehandicapt raakt of een gehandicapt kind krijgt heeft veel extra kosten. Dit kan je niet te voorzien en hier heeft de overheid ook een duidelijke taak.

5 De gemeente zal meer moeten samenwerken met maatschappelijke organisaties
In het dorpje in Italië waar ik regelmatig kom, is het trapveldje voor de jeugd eigendom van de kerk. Als mijn zoon wil voetballen met vrienden of jeugd in het dorp, haalt hij de sleutel op bij meneer pastoor. Als de pastoor tijd heeft is hij graag scheidsrechter voor de Nederlandse en Italiaans jeugd. Ik denk niet dat wij in Nederland naar deze tijd terug gaan. Maar wij kunnen veel meer gebruik maken en samenwerken met alle organisaties op de Heuvelrug zoals kerken, middenstand, bedrijfsleven, voedselbank, scholen en verenigingen. En waar de samenleving dit prima zelf kan, moet de overheid zich terugtrekken (zoals tafeltje dekje).
De overheid houdt wel haar regisserende taak en moet er op toezien dat er geen mensen tussen wal en schip vallen.

6. Het rondpompen van geld vermijden.
De gemeente Renkum heeft er voor gekozen om voor de huishoudelijke zorg een voorliggende voorziening te maken. Inwoners gaan zelf een contract aan met partijen die huishoudelijke hulp leveren. Hierdoor wordt veel rompslomp voorkomen. Zij maken verschil tussen HH1 en HH2. Of het CAK en het innen van een eigen bijdrage hier nog een rol in speelt is ons nog niet duidelijk.
Een nadeel kan zijn dat de goede samenwerking die de afgelopen jaren tot stand is gekomen tussen de huishoudelijke zorg en de AWBZ zorg (soms zelfs in een persoon vertegenwoordigd), dan moeilijker voort te zetten is. Waarschijnlijk kan hierdoor wel veel bezuinigd worden op de huishoudelijke zorg (in onze gemeente relatief duur). Ons contract loopt tot 2014 dus we hebben gelukkig nog volop tijd om dit te onderzoeken.

7. Collectieve versus individuele voorzieningen.
De gemeente kan, zeker in het kader van de kerntakendiscussie, kiezen om algemene voorzieningen aan te bieden in plaats van individuele. Bijvoorbeeld je kunt een scootmobiel, duofiets of duoscootmobiel per dag huren als je deze niet dagelijks nodig hebt.
Nadeel van collectieve voorzieningen is dat de inkomenstoets dan veel lastiger is. Veel maatschappelijke partijen, kerken en vermogende inwoners willen best voorzieningen mede financieren maar zij willen dit alleen voor de financieel meest kwetsbare groep. Een minima pasje zou hierin een oplossing kunnen zijn.

8. Eigen vermogen meetellen bij inkomenstoets
Op dit moment wordt alleen een inkomenstoets gedaan. Enkele gemeenten onderzoeken momenteel of je ook het vermogen mag meetellen bij de vraag of iemand hulp van de overheid krijgt. Bij de eigen bijdrage mag dit nog niet, maar bij de primaire vraag of je hulp verleent laat de wet dit wel toe. Nadeel is dat spaarzame mensen niet voor hulp in aanmerking komen of een hogere eigen bijdrage betalen en mensen die royaal geleefd wel hulp krijgen of minder eigen bijdrage betalen. Dit lijkt niet billijk. Maar het niet meetellen van het vermogen is op de Utrechtse Heuvelrug ook slecht uit te leggen.

9. Het vermarkten van de zorg is een nieuwe ontwikkeling
Enkele jaren geleden werden wij verrast door het Zorg Pluspunt in Driebergen. Inmiddels is dit een geaccepteerd en gewaardeerde aanvulling op het zorg- en diensten aanbod. Gewoon snel handelen en betalen voor je diensten en producten. Wij zien deze ontwikkeling ook bij de maaltijden aan huis. In Maarn komt een nieuwe slager die ook maaltijden thuis bezorgt. Wij kunnen een foster parents kind in het buitenland ondersteunen. Waarom geen oudere in de buurt? Als je eigen ouder ver weg woont en je er niet regelmatig langs kunt gaan, waarom dan niet “ruilen” met iemand van wie hier de ouders heeft wonen? Een soort foster oma plan. Waarom geen cadeaubonnen voor open maaltijden voor ouderen om ze over de streep te halen? Scrabbelen via internet is momenteel een rage. Waarom het gebruik van nieuwe media niet meer promoten?

10. Welzijn nieuwe stijl

De tijd dat de welzijnsstichting concurreert met andere partijen lijkt voorbij. Het is hun taak om vraag en aanbod bij elkaar te brengen en goed samen te werken met andere partijen. Dit wordt wel de makelaarsfunctie genoemd. Er wordt meer ingezet op ondersteuning van de eigen kracht en zelfredzaamheid van inwoners. Hierdoor komt de focus meer te liggen op de kwetsbare inwoners die ondersteuning nodig heeft om deel te nemen aan de samenleving. Bij dit Welzijn Nieuwe Stijl traject is zowel de gemeente als Welnuh betrokken. Dit traject zal uiteindelijke moeten leiden tot een gedeelde visie over de beleidsdoeleinden ten aanzien van een aantal maatschappelijke vraagstukken.
Ook hier geldt dat een dubbeltje voor welzijn een kwartje zorg bespaart en dat deze besparing niet volledig bij de gemeente merkbaar is maar vooral het Rijk dit merkt.

11. Versnippering tegen gaan.

De Utrechtse Heuvelrug kenmerkt zich door een enorm aanbod van zorg en welzijndiensten. Deels gesubsidieerd en deels geheel zelfstandig. Veel inwoners zien door de bomen het bos niet meer. Bovendien gaat er veel geld, energie en tijd verloren met allemaal het zelfde werk doen (ik hoorde laatst van een grote gemeente waar 37 organisaties iets doen voor eenzame mensen). Natuurlijk hoort er keuze te blijven en hechten onze inwoners en wij veel waarde aan de couleur locale van al onze dorpen. Door het project woonservice gebieden wordt de samenwerking, afstemming en soms ook samenvoeging van goede projecten en netwerken gestimuleerd. Zo vind er op dit moment onderzoek plaats naar een uniforme vorm van personenalarmering voor de hele Heuvelrug met snelle hulp aan huis.

Onze inwoners
Wij doen dit allemaal voor onze inwoners. Hoe zitten die in elkaar en wat willen zij?
Onze inwoners zijn in het algemeen ouder, welvarender en hoger opgeleid dan in veel andere gemeenten. In een van de voorbereidende bijeenkomsten voor vanavond gaf Scio aan dat inwoners in onze gemeente vaak begrip hebben als hun aanvraag anders uitpakt dan dat zij verwachtten. Het zijn doorgaans hele redelijke mensen. Dit is ook mijn ervaring. Onze inwoners hechten meer dan elders aan hun autonomie en willen zo lang mogelijk alles zelf regelen. Veel ouderen willen alles best zelf betalen en vragen van de overheid alleen hulp bij het zoeken of advies. Moeten we ons daar niet meer op richten?
Begin dit jaar was ik gevraagd om bij een seniorenbijeenkomst in Doorn om te praten over bezuinigingen op de Wmo. Ik heb voorzichtig enkele ideeën zoals ik hier schets daar gelanceerd. Tot mijn verbazing was daar veel begrip van de ouderen. Ook zij zien dat de verzorgingstaat, zoals zij die zelf hebben zien ontstaan, niet langer in deze vorm financierbaar is en ook niet meer past bij de nieuwe generatie ouderen
Afgelopen weken, toen ik weer wat mobiel was, had ik eindelijk eens tijd om langdurige zieke kennissen te bezoeken. Ook heb ik via twee zorgaanbieders enkele inwoners bezocht die zowel Wmo als Awbz-zorg krijgen. Wat mij opviel was dat inwoners hun privacy heel hoog in het vaandel hebben Overheidszorg alleen als het echt moet en maar vooral zo lang mogelijk doorgaan met hun vertrouwde bezigheden en in hun vertrouwde omgeving.

Utrechtse Heuvelrug versus andere gemeenten
Wij zijn ook naar enkele andere gemeenten geweest dit jaar om te zien hoe zij de Wmo aanpassen. Wij hebben gezien hoe Huizen de mantelzorg meer vraaggericht aanstuurt, in Wijk bij Duurstede viel de nauwe samenwerking tussen welzijnswerk en de gemeente op. Zij kennen een heel actieve bemoeizorg. In Tilburg tenslotte zagen wij hoe je de eigen kracht kan versterken in het project familiezorg. Het werken met een expertgroep, gesteund door financiën van de provincie en een ambtenaar die daar op promoveerde, was heel inspirerend. Dit kan zeker het proces versnellen waar wij in onze gemeente in de Wmo en Jeugdgezondheidszorg momenteel middenin zitten. Wel moet worden aangetekend dat de inwoners en het budget voor de Wmo nogal verschillen met onze inwoners en budget. Ik denk dat onze inwoners het meest op de inwoners van Huizen lijken. In Tilburg en Wijk bij Duurstede is de sociaal maatschappelijk problematiek veel groter. Deze twee gemeenten krijgen niet alleen meer geld van het Rijk, maar zijn geven alle drie ook veel meer uit dan wij.
Wij scoren met aanzienlijk minder middelen op en net boven het gemiddelde in de Wmo benchmark. Een goede prestatie als je beseft dat wij dit kort na de herindeling hebben ingevoerd en verder doorontwikkeld zonder problemen en met een sober budget.

De kanteling en de kerntakendiscussie
De Kanteling biedt mogelijkheden om de Wmo aan te passen aan de inwoners van de toekomst. Ik verwacht dat onze inwoners, zorgaanbieders, welzijnswerk, woningbouwstichtingen hier voor zullen openstaan. Er zal nog veel met elkaar gepraat moeten worden om de verwachtingen op elkaar af te stemmen. Maar het proces is om financiële en maatschappelijke redenen onvermijdelijk. Wij zullen dit moeten doen om de zorg ook voor toekomstige generaties betaalbaar te houden. Bovendien vraagt de nieuwe generatie ouderen en mensen met een beperking om een andere benadering.
De kanteling is een proces dat nauw aansluit bij de kerntakendiscussie. Het gaat immers om de taak en verantwoordelijkheden van de gemeentelijke overheid. Maar ook over de relatie tussen overheid en inwoners. Het doel is een groter appel op zelfwerkzaamheid en het gebruik maken van eigen netwerken. Cruciaal is hoe ver de overheid zich kan en mag terugtrekken. Welke taak blijft er voor haar over?
De kanteling is in mijn ogen geslaagd als inwoners de regie meer krijgen, voldoening halen uit het maatwerk waarin hun natuurlijke omgeving een groter rol heeft gekregen en de middelen voor de zorg niet verder stijgen.
Ik dank u voor de aandacht en verwacht vanavond een vruchtbare discussie.

Laatst gewijzigd op 22 november 2018