Steun ons en help Nederland vooruit

Sociale Duurzaamheid

Samenvatting lezing 9 september 2009 (9.9.9) op Dag van de Duurzaamheid tijdens Congres, ‘Rood, Wit, Blauw, Groen’ in Antropia Driebergen, door mr Elisabeth van Oostrum, wethouder maatschappelijke en sociale taken van de gemeente Utrechtse Heuvelrug

Als men aan duurzaamheid dan denkt men vooral aan verantwoorde gebouwen, die lang aantrekkelijk blijven door de keuze van grondstoffen, inrichting en uiterlijk. Duurzaamheid kent echter drie peilers nl: ecologisch (behoud natuur en milieu, d.w.z. het intact houden van onze bronnen), economisch (zorg voor werk en inkomen en de financieren voor wat nodig is) en sociaal (dat mensen bereid zijn te doen wat nodig is).

Het begrip ecologische duurzaamheid gaat doorgaans over de consequenties voor het nageslacht. Sociale duurzaamheid gaat over het creëren en onderhouden van de sociale verhoudingen die de gemeenschap toekomstbestendig maken. Dat wil zeggen een samenleving die intern consistent is, waarbij alle mensen nu en in de toekomst kunnen meedoen en niemand buitengesloten wordt. Een samenleving die nieuwe ontwikkelingen kan absorberen en zich kan aanpassen aan zich wijzigende omstandigheden.
Kortom: Een veerkrachtige samenleving met samenhorigheid en solidariteit.

In een samenleving waarbij mensen een sterke binding hebben met elkaar en zich kunnen ontplooien zal de betrokkenheid bij maatschappelijke vraagstukken versterken.
Bij het welbevinden van mensen gaat het om geborgenheid, veiligheid, zorg en aandacht. Hierbij is een rol weggelegd voor de overheid, maatschappelijke instellingen en natuurlijk de sociale netwerken in gezin, familie, vriendenkring, buurt en woonplaats.
Hoe bevorder je sociale duurzaamheid in een net heringedeelde “ontwrichte” gemeente?

In mijn presentatie zal ik eerst ingaan op wie wij zijn en daarna op de inspanningen die wij hebben verricht om de sociale duurzaamheid te bevorderen. Na deze voorbeelden uit de praktijk zal ik enkele conclusies trekken en aanbevelingen geven.

De gemeente Utrechtse Heuvelrug is 1 januari 2006 ontstaan uit een herindeling van 5 gemeenten en bestaat uit de zeven dorpen Driebergen-Rijsenburg, Doorn Maarn Maarsbergen, Amerongen en Overberg. Wij hebben een uitgestrekt oppervlakte van meer dan 13.000 ha en hebben ongeveer 49.000 inwoners. Wij hebben meer bomen dan mensen, meer landgoederen dan flatgebouwen en meer rijken dan bijstandgerechtigden.

Na de herindeling startten wij in een boeiend krachtenveld. Het bestuur wilde eenheid bestuurskracht en een nieuwe identiteit. De inwoners waren vooral bevreesd voor verlies van voorzieningen en de identiteit van de dorpen. Daarnaast hadden zij een hoge verwachting van de nieuwe gemeente en was er wel enige bereidheid tot veranderingen. Het maatschappelijk middenveld schaalde spontaan op via fusies, koepels en federaties tot de gemeenteomvang.
De dorpen hadden van oudsher een sterk eigen sociaal netwerk. Bij de start van de gemeente was er op veel terreinen geen beleid en op andere terreinen heel verschillend beleid per dorp.

Achteraf gezien hebben wij in 2006 enkele verstandige besluiten genomen:

A. De keuze om dorpsgericht te werken.
Wij werken met dorpswethouders (ook wel knuffelwethouders genoemd) die zoveel mogelijk aanwezig zijn bij alle belangrijke bijeenkomsten in een dorp en ook dorpsspreekuren houden. Wij leggen jaarlijks dorpsbezoeken af op de fiets. Omdat wij de route vooraf bekend maken, maken de inwoners veel gebruik van de mogelijkheid ons op kleine en grote problemen te wijzen. (op de foto ziet u een ludieke actie van een kinderdagverblijf dat met ruimtegebrek kampt). Wij werken met wijkregisseurs die zowel intern als extern breed opereren. Zij zijn de basis voor het wijkgericht werken. Wij praten altijd over 7 dorpen en geven ze allemaal afzonderlijk veel
aandacht.

Overberg was voor de herindeling fel tegen samenvoeging bij de Utrechtse Heuvelrug. In Den Haag heeft men toegezegd dat zij bij een fusie van Scherpenzeel, Woudenberg en Renswoude opnieuw hun mening mochten geven en dat deze gerespecteerd zou worden. Wij waren verbaasd en natuurlijk trots dat Overberg vorig jaar in grote meerderheid aangaf bij de Utrechts Heuvelrug te willen blijven, ondanks dat er veel binding is via kerk en onderwijs met Scherpenzeel en Woudenberg. Een prachtig resultaat van ons dorpsgerichtbeleid.

B. Doorgaan met cultuurhuizen
Zowel in Doorn als Leersum waren in 2006 vergevorderde plannen voor een cultuurhuis. Wij hebben deze plannen voorgezet, ondanks de rammelende financiering, en in 2006 en 2007 hebben wij ze in gebruik genomen. Hiermee waren wij koploper binnen de provincie. Deze fraaie panden bergen tal van voorzieningen op gebied van cultuur, welzijn en sport en bevorderen de samenwerking tussen gebruikers. De dienstverlening is hierdoor toegenomen. Ook bevorderen zij de sociale cohesie omdat inwoners daar tal van andere inwoners tegenkomen. Het vormt een bruisend hart van deze dorpen. Inmiddels liggen er ook plannen voor een cultuurhuis in Amerongen Driebergen en Maarsbergen en willen wij de dorpshuizen in Maarn en Overberg op termijn ook omvormen tot cultuurhuis.

C. Wij hebben gekozen om al het gemeentelijk beleid te herzien en op ook beleid te ontwikkelen op terreinen waar dit nooit was gebeurd.
Wij hebben daarbij zwaar ingezet op interactief bestuur. Dit is gemeengoed geworden in de gemeente en inwoners ervaren het inmiddels als een recht om in een heel vroegtijdig stadium betrokken te worden bij beleidsontwikkeling. De inwoners en raadsleden zijn enorm actief en betrokken in al deze processen (alleen in mijn portefeuille al 10 nota’s in een jaar met dito trajecten). Het gaat immers om hun straat, hun dorp, hun vereniging.
Om enige rust te creëren zijn alle subsidies twee jaar bevroren en werd er pas geharmoniseerd toen al het beleid klaar was. De harmonisatie kreeg daardoor meer begrip en steun.

In de voorbereiding van de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) die 1 januari 2007 van kracht werd was geen tijd voor rust. Ondanks dat is in 2006 heel interactief met alle partijen die hierbij betrokken waren, en elkaar voor de herindeling nauwelijks kenden, een breed gedragen visie ontwikkeld. In deze visie, is bepaald dat wij
• participatie breed oppakken, dus niet alleen ouderen en mensen met een functiebeperking maar ook jongeren, mensen met een smalle beurs en mensen met een andere culturele achtergrond.
• bewust kiezen voor behoud van identiteit van de dorpen. Dus niet alles hoeft overal hetzelfde, bestaande activiteiten die eigen zijn voor het dorp worden gekoesterd.
• welzijn minstens zo belangrijk is als zorg. Hierbij ben ik sterk geïnspireerd door Hans Becker (voorzitter RvB Humanitas, buitengewoon hoogleraar met een inspirerende visie op ouderenzorg). Ik heb hem naar de Heuvelrug gehaald om ook anderen te inspireren. Natuurlijk moet de zorg goed geregeld worden,maar het welbevinden van mensen wordt het sterkst beïnvloed door de contacten, prikkelingen. In onze dorpen en grote huizen wonen mensen die de hele dag niemand zien en spreken.
• vraaggericht werken

En dan nu de praktijkvoorbeelden gekoppeld aan de doelgroepen in de Wmo

Mensen met een andere culturele achtergrond

De UH heeft maar 14% inwoners met een niet Westerse achtergrond. Daarnaast hebben wij al 15 jaar een groot Asielzoekerscentrum tussen Leersum en Doorn met 500 bewoners.
Wij hebben afgelopen jaren bemiddeld voor de 300 bewoners die onder het generaal pardon vielen en vaak al meer dan 10 jaar in het AZC verbleven. Wij voelden ons verantwoordelijk voor deze mensen die vaak goede netwerken hebben door school, kerk of werk in onze gemeente. Wij hebben er zelf bijna 100 gehuisvest en voor de anderen bemiddeld in de regio en provincie zodat zij een deel van hun netwerk konden behouden.
Een grote wens van mij was om studiefinanciering voor de 18 plussers in het AZC te regelen. Studievergoeding van rijkswege houdt dan op en gaan werken mochten zij ook niet zolang zij geen status hadden. Een paar jaar niets doen in zo’n cruciale fase van je leven vond ik onacceptabel. Met behulp van een heel enthousiaste ambtenaar is een winkel in tweedehands kleding ontstaan. Alles wordt hiervoor een euro verkocht. Ik regel telkens een plek in panden die tijdelijk leeg staan, de jongeren helpen met sorteren en verkoop en inmiddels gaan 42 jongeren van de opbrengst weer naar school. De winkel bleek tevens een prima voorziening voor minima maar ook ander inwoners komen er graag. Iedereen kan met opgeheven hoofd naar binnen. Het is immers voor een goed doel.

In de voorbereiding van de Wmo was geen allochtoon te vinden. Wij hebben toen gezondheidsmarkten georganiseerd in beide moskeeën om dit hiaat te dichten. Het bleek geen overbodige luxe om daar te vertellen wat er allemaal mogelijk is voor ouderen en mensen met een functiebeperking. Ook lagen er duidelijke wensen. Enkele vrouwen gaven aan te willen sporten. Wij bedachten met enkele fysiotherapeuten een programma voor 12 vrouwen. Bij een laatste voorbespreking met de doelgroep stonden er al 60 belangstellende vrouwen op de stoep. Uiteindelijk hebben meer dan 100 vrouwen in groepen minimaal 3 maanden gesport en zijn zij veelal doorgeleid naar reguliere sportverenigingen. Er werd tevens aandacht besteed aan gezond leven, opvoeden en inburgeren. Een groep van 50 vrouwen leert momenteel zwemmen. Inmiddels is het aantal jeugdleden uit allochtone gezinnen toegenomen, de inburgering loopt goed en de participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt is toegenomen.. Hun zelfvertrouwen en enthousiasme groeit. De warme kant van de inburgering noem ik dat altijd.

Een groep van 30 Turkse vrouwen heeft een stichting opgericht en is nu zelf aan het organiseren gegaan. Wij hebben hen een kadertraining gegeven. Hun grootste wens gaat binnenkort in vervulling. Huiswerkbegeleiding voor kinderen uit allerlei achterstandsgezinnen. Wij organiseren niet langer alles, maar zij doen het grotendeels zelf.
Daarnaast wordt binnenkort gestart met coach4you, pafemme en het gilde.

Mensen met een smalle beurs.
Ondanks dat het percentage mensen met een minima inkomen op de Heuvelrug laag is hebben zij het wel extra moeilijk. Leven met een smalle beurs als de klasgenootjes van je kinderen elke dag naar een andere clubje gaan is lastiger dan wanneer je in een meer homogene buurt of dorp woont.
Wij hebben afgelopen jaren het minimabeleid geharmoniseerd en uitgebreid. Het accent ligt op voorzieningen voor kinderen. Wij willen voorkomen dat kinderen een achterstand oplopen en later in dezelfde situatie komen als hun ouders.
Wij stimuleren ook het flankerend beleid. In vrijwel alle dorpen zijn afgelopen jaren kringloopwinkels ontstaan, meestal gerund door kerk of diaconie. Zij worden druk bezocht en zijn tevens een ideale werkplek voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt.
Ook de mogelijkheden om ergens mee te eten zijn enorm toegenomen. Een paar jaar geleden heb ik met de Kerst alle zorginstellingen (20 tal) gevraagd hun deuren open te zetten voor mensen uit de wijk. Zij hebben dit inmiddels vrijwel allemaal gedaan. Ook kerken en de welzijnstichting organiseren open maaltijden. Voorzieningen voor minima zijn in mijn ogen vooral voorzieningen ter voorkoming van sociale uitsluiting.

Intermezzo: Subsidie voor straatfeesten
D66 heeft enkele jaren geleden in de raad voorgesteld om straatfeesten te subsidiëren met 150 Euro. Sindsdien wordt hier goed gebruik van gemaakt. Het karakter van de straatfeesten varieert enorm Zo was ik laatst in Maarn bij een High Tea.
Argumentatie achter deze subsidie. Als je elkaar in de straat niet kent, is er geen contact, geen burenhulp en komen er minder initiatieven uit de wijk.
Afgelopen jaren is het aantal evenementen toegenomen. De specifieke evenementen van alle dorpen zijn behouden en er zijn er veel bijgekomen. Vanuit de inwoners is ook een gemeentebreed evenement georganiseerd.

Jongeren
In vrijwel alle dorpen zijn jongerenruimten gekomen met jongerenwerk. Ook op straat is het jongerenwerk uitgebreid. Solistische hangplekken gaan weg. Op termijn komen er alleen hangplekken bij mogelijkheden voor spelactiviteiten buiten. Natuurlijk zijn wij ook druk bezig met de voorbereiding voor de Centra voor Jeugd en Gezin die wij ontwikkelen volgens het principe van de zorg rondom het gezin en zo min mogelijk vanuit de geïnstitutionaliseerde zorg.

Ouderen en mensen met een functiebeperking

Wij ontwikkelen de bestaande dorpen tot woonservicegebieden (Driebergen in twee delen) omdat dit aansluit bij de beleving en historische samenwerking. Hierbij gaat de aandacht naar de woningen, de openbare ruimte en de voorzieningen. Het woningaanbod wordt aangepast en uitgebreid. Omdat wij relatief veel grote koopwoningen hebben en een forse vergrijzing (zowel nu als in de toekomst veel hoger dan in Nederland) hebben wij momenteel een project met de provincie om senioren (vanaf 55) te motiveren om tijdig hun woning aan te passen en niet te wachten totdat zij oud en hulpbehoevend zijn. Niet iedereen kan straks immers in een gelijkvloers appartement wonen. Het is vooral een bewustwordingsproject. De toegankelijkheid van veel openbare gebouwen is onderzocht en de openbare ruimte wordt waar mogelijk aangepast.

De huishoudelijke hulp per 1 januari 2010 wordt heel anders georganiseerd. Wij hebben de gemeente in 3 kavels opgesplitst met ieder twee woonservicegebieden. Hierdoor is het mogelijk dat ook de kleine zorgaanbieders kunnen meedoen met de aanbesteding. Wij hebben veel zorginstellingen die zowel Awbz zorg als huishoudelijke zorg leveren in hun instelling en de wijk erom heen. Het merendeel van de punten bij de aanbesteding gaat naar zorgaanbieders die een goede ketensamenwerking kunnen realiseren. Hierbij moet je denken aan de samenwerking met huisarts, fysiotherapeut, mantelzorg, verpleging, maatschappelijk werk. Maar ook dagopvang en crisisopvang zijn belangrijk. Wij verwachten hiermee een goede basis te leggen voor de dienstverlening in de woonservicegebieden omdat er gewerkt gaat worden met vaste teams per dorp. Hopelijk wordt het voor medewerkers ook weer aantrekkelijker om in de zorg te werken. Twintig procent van onze beroepsbevolking werkt in de zorg maar dit is te weinig voor de grote vraag in onze gemeente. Wij zijn benieuwd naar de resultaten van deze unieke aanbesteding.

Tot slot stimuleren wij kleinschalige werkvormen waar mensen met uiteenlopende functiebeperkingen terechtkunnen. Wij willen dit komende jaren verder uitbreiden samen met de sociale werkvoorzieningen en Awbz instellingen. Het moet gewoon weer onze Piet en Annie worden die onderdeel zijn van het dorp waar zij wonen, leven en werken.

Conclusies en aanbevelingen
De fase direct na de herindeling bood veel mogelijkheden. Enerzijds omdat er geen, of verouderd en verschillend beleid was. Dit gaf veel handelingsvrijheid. Anderzijds omdat er door de herindeling een klimaat was ontstaan waar veranderingen makkelijker waren. Het is daarom goed in de toekomst om niet alles dicht te regelen en voldoende tijd, energie en middelen beschikbaar te houden voor nieuwe initiatieven.

Wij hebben ons in onze zoektocht sterk gefocust op wat goed ging in de dorpen en daarop voortgeborduurd. Het is daarom aan te bevelen alles zo simpel mogelijk te houden, zo dichtbij mogelijk te organiseren en uit te gaan van natuurlijke verbanden.

Veel activiteiten kosten geen geld, maar vragen alleen visie, lef en overtuigingskracht. Op het juiste moment een duwtje geven als wethouder is vaak voldoende. De komende bezuinigingsronde zal ons nog creatiever moeten maken in het meebewegen met de behoeften uit de samenleving.

Het is niet een maatregel die doorslaggevend, maar de optelsom van veel acties. De combinatie van enerzijds planmatig werken vanuit een duidelijk visie en anderzijds opportunistisch zijn en kansen grijpen als ze voorbij komen

Door heel interactief aan het werk te gaan en snel te reageren op signalen uit de samenleving is de betrokkenheid van de inwoners in de dorpen gebleven en op veel terreinen zelfs sterker geworden.

Het succes van ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid op ecologisch en economisch terrein is sterk afhankelijk van de betrokkenheid van inwoners met hun leefomgeving en samenleving.

Investeringen in de sociale duurzaamheid hebben een breed effect. Het bevordert niet alleen het welbevinden van de inwoners, maar plaveit ook de weg voor ontwikkelingen op het gebied van ecologische en economische duurzaamheid.

Leefbaarheid en sociale samenhang zijn een belangrijk onderdeel van onze concept structuurvisie. Sociale duurzaamheid en een duurzame leefomgeving beïnvloeden elkaar onderling. Sociale duurzaamheid stimuleert de betrokkenheid bij de leefomgeving. Een duurzame leefomgeving geeft rust en harmonie en stimuleert contact en betrokkenheid tussen mensen. Kortom ecologische duurzaamheid en sociale duurzaamheid kan je niet los van elkaar zien.

Laatst gewijzigd op 22 november 2018