Steun ons en help Nederland vooruit

Communicatie, dat is toch niet zo moeilijk?

Bestaat werkelijk die school, die geheime opleiding? Die opleiding tot overheidscommunicatie-adviseur, die studenten traint om net datgene te communiceren wat tot maximale imagoschade leidt bij overheden? Ik kan het mij niet voorstellen, maar de praktijk lijkt mij te logenstraffen.

De inkt van 6000 protesterende handtekeningen tegen het nieuwe gemeentekantoor is nauwelijks opgedroogd. De overtuigende pro-argumenten dat het nieuwe kantoor niet alleen goedkoper is, maar dat men deze bombastische ruimte ook echt nodig heeft, klinken nog na in de oren. En plotseling, uit het niets, volgt een raadsinformatiebrief dat eenderde van het nieuwe gemeentekantoor niet nodig is. Tja, dan ga je toch eens nadenken hoe je deze contraire boodschap verpakt, toch?

Niet informeren is een politieke doodzonde, onhandig informeren kan dodelijk zijn. Omgevingssensibiliteit, Slim@Work, het zijn hot issues en het laatstgehouden Slim@Work festival liet leuke successen zien. Maar hoe staat het dan met de politieke sensibiliteit en de noodzakelijke transparante communicatie? Om het beeldend te verwoorden: “wat je met je handen opbouwt, schoffel je met je kont om”. Toch jammer.

Over politieke sensibiliteit gesproken, in mijn vorige column had ik het over de kloof tussen politiek en burger. Met name raadsleden hebben het dichten van deze kloof tot speerpunt verheven. Dat zeggen ze tenminste. Maar dat willen ze helemaal niet! We kennen allemaal het effect verschil tussen verbale en non verbale communicatie. Het scheelt de factor 4. En wat voor een effect heeft dat verschil? Ik zal dat met een voorbeeld uitleggen.

Op een avond, ik meen de tweede avond over kerntaken, besluit ik de publieke tribune te bevolken. Gewoon als geïnteresseerd burger. De agenda niet goed gelezen, dus ruim een haf uur te vroeg. Niet erg want ik kom iemand tegen met dezelfde leesbril. Dus we kletsen wat. Ondertussen stromen de raadsleden binnen. Op een enkeling na keurt niemand ons, hun publiek dus, een blik waardig. Zij gaan gezellig met elkaar kletsen. Tussen haakjes, in een raadsvergadering blijken ze heel wat minder vriendelijk met elkaar om te gaan, maar dat terzijde. Nu zou je toch denken, als raadsleden echt die kloof willen verkleinen, dat ze blij zijn met elke betrokken burger die op een regenachtige avond de kou trotseert en de publieke tribune opzoekt. Dus op zijn minst kan er een beleefd welkomstwoord verwacht worden, of niet? Zelfs de voorzitter van de raad loopt gehaast langs en weer terug. ‘Dit’ (verbaal) zeggen en ‘dat’ (non verbaal) doen: dan wil je toch helemaal geen kloof verkleinen?

Houding en gedrag, ofwel sensibiliteit, of inlevingsvermogen, of gewoon een hartelijk welkom, een welwillend oor, het is toch niet zo moeilijk? We leven in een hoog opgeleide omgeving. Bijna iedereen heeft op zijn werk hierover wel eens een cursus gevolgd. Laten we die ervaring nu ook eens in de eigen omgeving in de praktijk brengen, ja toch?

Laatst gewijzigd op 22 november 2018