Steun ons en help Nederland vooruit

bb stat jaarboek 2009

Sommigen nemen een boek met kruiswoordpuzzels of sudoku’s mee op vakantie. En anderen puzzelen graag met andermans cijferwerk: het ‘Statisch jaarboek 2009’ van het CBS. In elke tabel en elk hoofdstuk is er nml. een element of fun te ontdekken: rare verdelingen, uitschieters en onverwachte inzichten als je de gegevens van meerdere tabellen of grafieken combineert.

Zo liet het jaarboek van 2008 weinig heel van het koffie- en partijenpraatje dat werken voor een salaris te weinig ‘lonend’ zou zijn voor uitkerings-‘trekkers’, of dat ondernemerschap te weinig ‘lonend’ zou zijn. In het jaarboek van 2009 is dat niet anders; (p120, tabel 9.3) werknemers scoren gemiddeld 31.900 en niet-actieven moeten het met de helft minder doen; 14.700 voor de werkloze cq bijstandsontvanger. De zelfstandige toucheert 38.400 (vermoedelijk zijn premies sociale verzekeringen hierop nog niet in mindering gebracht.

Wat is het ‘snoepje van 2009’ in deze cijfertjes-snoepwinkel? Smaken, interessen en stokpaardjes verschillen natuurlijk per persoon en zonder tellerij: aan de borreltafel is de allochtonenkwestie in 2008 vermoedelijk het meest favoriete gespreksonderwerp geweest. Nederland is ‘vol’ enz. enz.

Welnu, gemiddeld zitten we in 2008 met 488 inwoners op een vierkante kilometer. Dit was in 2000 nog 468/km2; er is dus een flink aantal mensen bijgekomen (ca 623.000). Maar vol? De prognose is dat het tot 2050 nog een ietsiepietsie voller wordt want er komen nog 856.000 mensen bij. Het aandeel ‘autochtonen’ zakt van 80% nu naar 71,3% dan, ook al zijn de allochtonen van nu tegen die tijd knap ingeburgerd.

Het andere ‘snoepje’ bestaat natuurlijk uit ontbrekende gegevens; waarover mogen we niks weten of is ‘onbelangrijk’? Eén grote witte vlek in dit ‘cijfercompendium van Nederland’ is de politiek. Hoeveel leden hebben de diverse partijen, wat waren de verschillende verkiezingsuitslagen; in de loop der jaren?

Een andere betreft cultuur. Cijfers over theater- en concertbezoek, ledenaantallen van toneel-, muziek- of dansverenigingen? Helaas, hoeveel uur tv we kijken is belangrijker.

En dan zijn er nog een paar spelde(n)prikjes:
– hoeveel bedrijven zijn er nu 75.152 ‘land- en tuinbouwbedrijven (tabel 11.1) of 75.160 (tabel 11.2)?
– bijna alle tabellen melden de cijfers voor 2000, 2005 en dan 2006/7/8, sommige merkwaardig genoeg niet! Waarom? Mn. tabel 15.1 roept vraagtekens op. Wat zijn de ‘lopende’ uitgaven/inkomsten van het ‘R’ijk in 2000 in vergelijking met die van 2008? Of zullen we zeggen: “Wat een rare foto van je moeder!” bij tabel15.3 (Opbrengsten Rijksbelastingen)? ;-))
– fijn al die getallen van Nederland over Nederland maar hoe valt de internationale beoordeling uit? Van de EU (EuroStat), de diverse UN-organisaties, OECD, een IMD(.ch; International Competitiveness Yearbook), een WEForum(.org)? En over de laatste 10 jaar bezien? Niet de ‘scope’ van een Statistisch jaarboek? Dat smoesje is goed maar het praatje deugt niet!

Kortom: niet onder de indruk en paraserend op ‘To be or not to be’, rijst de vraag: ‘Meten is weten of …. niet(s) weten’ ;-)).

Bijlage (Per hoofdstuk)
* Arbeid en sociale zekerheid
-p19: tabel 1.12: het werk/loosheidspercentage van 3,4% voor wo master en doctor, ligt dicht bij het percentage voor mensen met slechts een havo, vwo.mbo opleiding (3,6%);2008. NB het daarbij wel om andere aantallen: resp. 1.372.000 en 877.000 (in 2008; p 21: tabel 1.15
NB 15-25=15-24?
– p23 : tabel 1.19. Per leeftijdsklasse loopt het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen met grote sprongen op. Blijft het voor 15-25 en 25-35 beperkt tot resp. 50.000 en 69.000, daarne springt het omhoog: 129.000 voor 35-45 jaar, 217.000 voo 45-55j en 368.000 voor 55-56j. Hoekomt dat zo? Bedrijfsongevallen, stress? Samen in ieder geval goed voor 733.000 uitkeringen van de 838.000 (totaal). Op een beroepsbevolking van 7.714.000 (p 17: tabel 1.17) is dat bijna 9,5%. Bij een werkloosheidspercentage van 3.9% (p13) (en 304.000 personen; p17) een navenant percentage.
Van deze arbeidsongeschikten, gaat het in 629.000 gevallen (75%) om volledige arbeidsongeschiktheid; 207.000 is gedeeltelijk arbeidsongeschikt (p23 : tabel 1.19)
Al met al: ruim 2x zoveel personen zijn volledig arbeidsongeschikt als dat er werkloos zijn in 2008. In totaal gaat get dan om circa 633.000 personen die aan de kant staan op een beroepsbevolking van 7.714.000 mensen (2008; p17)
– p 24: tabel 1.20: in 2008 ontvingen 171.000 mensen een WW-uitkering. Verdeeld over Nederland, springt mn. West-Nederland er uit met 67.000 gevallen. Dat is ruim 3x zo veel als in Noord-Nederland (23.000); Zuid-Nederland zit op 43.000, Oost-Nederland op 36.000. Weerspiegelen deze cijfers de relatieve omvangen van de werkenden in deze gebieden of is er iets anders aan de hand?
– p 26: tabel 1.25: Het gemiddelde opbouwpercentage AOW in alle leeftijdscategorieën blijft met ca 93% achter bij de maximale opbouw van 100%. Het is onduidelijk wat dit betekent voor de betrokkenen: als 100% gelijk is aan bijv. 80% of 60% van X (laatste salaris of middensalaris), dan tikt die ontbrekende 7% dubbel hard aan. De opbouw bij allochtonen haalt slechts 75% van het maximale.

* Bedrijven
– p31 NL telde 1/1/2008 bijna 800.000 bedrijven waarvon 70% eenmanszaken, maatschappen of v.o.fs (zgn natuurlijke personen). Mn in landbouw, bosbouw en visserij gaat het vrijwel alleen om natuurlijke personen, in bouw en detailhandel komen naar verhouding dezerechtspersonen veel voor. De overigens zijn bv’s en nv’s
– p 32:tabel 2.1 toont een lijstje van bedrijven per activiteit. Opvallende grote aantallen zien we voor:
..handel (div); opgeteld ca 200.000;
..overige zakelijke dienstverlening: 133.350;
..overige “niet-zakelijke” dienstverlening enz), (onderwijs, gezondheidszorg, kunst-cultuur,
opgeteld ca 117.000;
..bouwnijverheid: 96.660;
..landbouw en jacht: 91.550.
– p 33: tabel 2.2; laat zien dat de totale omze van niet-financiële instelling 1.029,4 mld euro bedraagt. Landbouw en nijverheid voert de lijst aan mer 438,7 mld, gevolgd door handel, reparatie en horeca met 388 mld, dienstverlening 117,4 mld en vervoer, opslag en communicatie 85,4 mld.
-p 36, tabel 2.7 toont de R&D inspanning van NL i.v.m. een paar grote Eur.landen, de VS, de EU15 en de EU27. Iedereen is verwijderd van de 3% BNP doelstelling; de VS, D en Dk komen net op of over 2,5% (VS). F, UK en B komen net boven de EU gemiddelden, NL blijft er onder met 1,7%.

* Bevolking
-p43 De NL bevolking groeide in 2008 met 81.000 inwoners. De immigratie bereikte met bijna 143.000 mensen een record.
In 2038 wordt een maximum van 17,5 mln mensen bereikt, waarna de bevolkingsomvang langzaam zal afnemen….Het aantal 65+ zal bijna verdubbelen, van 2,4 mln in 2008 naar 4,5 mln eind jaren dertig.
Het aantal personen tussen 20 en 65 jaar neemt met bijna een miljoen af: van 10,1 mln in 2008 naar 9,2 mln eind jaren dertig.
– p44, tabel3.1: NL telde in 2008 488 inwoners per km2; dit was in 2000 nog 468/km2.
-p52, 53; tabel 3.22 en 3.25 toont opvallend dat in de jaren 2000,2005, 2007 en 2008 er ca 8-10.000 minder huwelijken (75.800) dan echtscheidingen (2008; 86.000) plaatsvonden. Bij een stijgende gemiddelde huwelijksleeftijd (+36 jaar; p51, 3.21) zien we een scheidingspiek in de leeftijdgroep van 40-50 jaar.
-p59 in 2007 hebben 30.700 mensen het Nederlanderschap verkregen, anders dan door geboorte). Voor 2996, 2005 en 2000 ging het resp. om 29.100, 28.500 en 50.000.
-p60 tabel 3.36 Bevolkingsprognose: van de 17,343 mln inwoners17,343 mln inwoners, zijn er in 2050 1 ,692 mln 80+ en 2,556 mln 65-80 jarigen; samen zijn er in 2050 1 ,692 mln 80+ en 2,556 mln 65-80 jarigen; samen ca 4,2 mln en 25%. Het aantal 40-65 jarigen is dan 4,142 mln.
-p61 tabel 3.38 Allochtonen-autochtonen: in 2050 is 71% autochtoon, 11,5% westers allochtoon en 17,2% niet-westers allochtoon. In 2010 waren de percentages resp. 79,9%, 9% en 11,1%. Voor de grote steden zullen deze percentages anders liggen.
– p62, tabel 3.40 toont een aantal huishoudensprognose: zo zal het aantal eenpersoonshuishoudens toenemen van 2.686.000 in 2010, naar 3.401.000 in 2030 naar 3.518.000 in 2050.

* Bouwen en wonen
-p65 Net als 2007 groeide de omzet van de bouw in 2008 met bijna 10 procent. Met ruim 90 mld omzet bereikte de bouw een nieuw record. .. De burgerlijke en utiliteitsbouw is de grootste bouwbranche(25%). De aandelen grond-, water- en wegenbouw is goed voor 17%; de overige bouwbranches is 37%.
-p67, tabel 4.5 toont dat prijsindexcijfers van de bouwnijverheid fors zijn gestegen: GWW van 100 in 2008 naar bijna 140 in 2008, woningen van 100 naar 127.
-p69, table 4.9 (Gemiddelde WOZ-waarde woningen per provincie) laat als laagste waarde zien in 2008: Groningen 174.000 en Nrd-Brabant als hoogste met 263.000 euro).
-p72, tabel 4.19 De gemiddelde bouwkosten daarintegen ontlopen elkaar veel minder in de en in die provincies (resp. 140.000 en 156.000)

* Financiële en zakelijke diensten
-p77 De koersontwikkeling heeft gezorgd voor waardestijgingen van 78 mld in 2005, 51 mld in 2006 en een waardedaling van 4 mrd in 2007.
-p78, tabel 78; bij bedrijven in de fin. en zak. dienstverlening, gaat het in ca 80% om bedrijven met 1-5 werkzame personen. Slechts bij een paar procent werken meer dan 100 mensen (bv. verzek.wezen, uitzendbranche)

* Gezondheid en welzijn
-p89 Kanker was in 2008 voor het eerst de belangrijkste doodsoorzaak; ca 40.000 mensen tegen ca 33.500 aan een hart- of vaatziekte.
Het aandeel van de zorguitgaven in bb bedroeg 13.2 % in 2007 (in 1998 og 11,3%; sinds 2003 ligt het aandeel ruim op 13%).
-p92, tabel 6.9 toont het percentage griepvaccinaties bij personen van 16j en ouder. Van ca 24% in 1990 is dit opgelopen naar een “plafond” van ca 70% sinds 2001.
-p93, tabel 6.11. De gemiddelde levensverwachting bij geboorte van mannen is toegenomen van 75,5 in 2000 naar 78 in 2007; voor vrouwen is dat resp. 80,6 en 82,3.
Bijna 50% van dit aantal jaren is zonder chronische ziekten en ca 75% zonder lichamelijke beperkingen.
-p95, tabel 6.14 toont dat de sterfte per 100.000 inwoners:
.. aan hart- en vaatziekten fors gedaald is van 600 in 1970 naar ca 230 in 2008; dit geldt zowel voor mannen als vrouwen.
-p95, tabel 6.16 toont de indexcijfers uitgaven zorg; totaal en gecorrigeerd voor prijsveranderingen. Die zijn omhoog gegaan van 107 in 2000 naar 138 in 2007. Per hoofd vande bevolking is dat van 113 naar 174. In vergelijking met het min of meer gelijkblijvende aandeel van ca 13% bbp, is dat lastig te interpreteren.

* Handel en horeca
-p99 In 2008 was de omzet van de detailhandel 26% hoger dan in 2007. Dat was te danken aan hogere prijzen. Personenautobedrijven sloten 2008 af met een omzetverlies van 4,5%. … De omzet van de groothandel groeide (in alle handelstakken) in 2008 met 8,8%, vergelijkbaar met die van 2007.
In 2008 was het omzetvolume van de horeca 3,7% kleiner dan het jaar ervoor. Deze krimp volgt opdrie jaar van groei. Omat de prijzen met 3,7% stegen, bleef de omzet ongewijzigd.
-p100, tabel 7.1: ook bij de bedrijven in handel en horeca werken doorgaans (80%) 1-5 personen.

* Industrie en energie
-p107 Over het geheel van 2008 was de productie 1% lager dan in 2007. Doordat de de ondernemers hogere afzetprijzen in rekening brachten, groeide de omzet met 5,5%. Werd in feb de hoogste omzetgroei gemeten sinds de start van de reeks (16,7%), de omzetdaling in december met 15,3% was een van de sterkste ooit.
-p108, tabel 8.1 toont het omzet- en producieindex van de industrie. De omzet ging om van 105,9 in 2005 naar 123,1 in 2006, 133,0 in 2007 en 140,3 in 2008. De productie steeg langzamer, van 104,2 in 2005 naar 110,4 in 2007, en neerwaarts 109,3 in 2008.
-p109, tabel 8.3 toont de kernuitkomsten van de industrie. De totale productiewaarde van 275,2 mld euro komt voor 35% op het conto van de petrochem.industrie, 30% papier-graf. en 20% voedings/genotsmiddelenindustrie. De brutotoegevoegde waarde (711 mld) toot een andere verhouding: petro 24%, papier 32% en voeding 19%. Ook wb personeel is het beeld anders (949.000 werkzame personen); papier 32%, petro 11% en voeding 15%. Hout/bouw/meubels is de tweede baanverschaffer met 22% maar kent slechts een productiewaarde van 7% en een brutotoegevoegde waarde van 13%
-p110, tabel 8.6 Energieverbruik naar energiedrager toont dat de verhoudingen tussen steenkool, aardolie/producten, aardgas en overige sinds de 70’er jaren niet substantieel gewijzigd zijn ondanks de soms forse hick-ups op de energiemarkt.

* Inkomen en bestedingen
-p119 De koopkracht van de bevolking steeg in doorsnee nog in 2007 fors met 2,8%
-p120, tabel 9.1 toont het gemiddeelde besteedbare inkomen naar samenstelling van huishuisdens. Het totaal steeg van 25.300 euro in 2000 naar 32.300 in 2007. De verschillen zijn ook vergroot: de alleenstaand vrouw in 2000 zat het laagst met 13.900 euro en het echtpaar met minstens 1 meerderjarig kind 42.600. Voor 2008 zijn de bedragen resp. 17.500 en 52.700
-p120, tabel 9.3 toont de gemiddelde persoonlijke inkomens van personen naar sociaal-economische klasse. Werknemers scoren gemiddeld 31.900 en zelfstandigen 38.400.
Niet-actieven moeten het met de helft minder doen; 14.700 voor de werkloze cq bijstandsontvanger. Onduidelijk of hier over netto of bruto gesproken wordt.
-p122, tabel 9.7 toont huishoudens naar hoogte van het vermogen in 2006. Van de 7 mln huishoudens, is het vermogen van 2,4 mln minder dan 5000 euro; 1 mln huishoudens zitten tussen de 1 en 2 ton en nog eens 1,1 mln zitten tussen 2 en 5 ton.
-p122, tabel 9.8 toont het gemiddelde vermogen naar leeftijd van de kostwinner. Daaruit blijkt dat er een ruime verdubbeling plaatsvindt tussen de leeftijd 40-45 en 60-65 jaar. Het gaat bij 60-65 jarigen om de babyboomers die alle economische wind mee hebben gehad. De huidige 40-45 jarigen zullen een dergelijke verdubbeling niet mee maken.

* Internationale handel
-p129 Het overschot op de goederenhandelsbalans bedroeg in 2008 ruim 36 mld; 4,5 mld minder dan in 2007. Het handelsoverschot kwam vooral voor rekening van chemie (17 mld) en voeding (15 mld)
-p131, tabel 10.5 toont in-en uitvoeraandelen per continent. De invoer (á 332 mld euro) komt voor 64% uit Europa, 20% uit Azië en voor 13% uit China. Van de uitvoer (á 367,7 mld euro) gaat 82% naar Europa, Azië en Amerika beide 7%.

* Landbouw
-p138, tabellen 11.1, 11.2 en 11.3 laten zien dat het aantal land- en tuinbouwbedrijven in de loop van de jaren afneemt (van ca 97.400 in 2000 naar ca 75.100 in 2008) terwijl de omvang toeneemt (van 20 ha in 2000 naar 25 ha in 2008).
– wijsneusopmerking: vgl p138, tabellen 11.1, 11.2: de ene tabel spreekt van 75.152 bedrijven, de andere van 75.160
– p144, tabel 11.12 toont dat het aantal melkkoeien daalt (index 1995 op 100 is 86 in 2008) terwijl de melkafgifte toeneemt (105 in 2008)
-p145, tabel 11.13 toont de leeftijd van het bedrijfshoofd in 2008. In 45-50% zijn de bedrijfshoofden ouder dan 55 jaar.
-p147, tabel 11.17 toont het arbeidsvolume in de land- en tuinbouwbedrijven; dit daalde van 213.000 in 2000 naar 171.000 arbeidsjaren in 2008.

* Macro-economie
-p151 De Nederlandse economie is in 2008 gegroeid met 2,1 procent en deed het daarmee beter dan grote economieën als de VS, Japan, Duitsland, Gr.Brittanië en Duitsland. Particulieren in NL sloten voor 10,6 mld aan nieuwe kredieten voor consumptieve doeleinden; dat is 1,2% meer dan in 2007.
-p153, tabel 12.2 toont drie benaderingen van het bbp marktprijzen: 594,6 mld euro voor 2008 (418 in 2000).
– p155, tabel 12.7 toont de relatie tussen
groei economie en werkgelegenheid. Conclusie: bij 2% groei ligt het kieppunt tussen groei en daling van werkgelegenheid waarbij de ontwikkeling vd werkgelegenheid de voorbode is van de groeiontwikkeling.
-p156,tabel 12.8 toont de toegevoegde waarde van bedrijfstakken (totaal 2008: 528,4 mld; in 2005 nog 456,1 en in 2000 nog 373,4). Nr 1 in 2008 is fin. en zak.dienstverlening (149,8 mld euro), 2 op ruime afstand is handel, horeca en reparatie (75,8), 3: industrie (71) en 4: zorg en ov.dienstverlening (66,1). Hekkesluiter op 10 is landbouw, natuurbeheer en visserij (8,7 mln; minder dan 1,6%, was nog 2,7% in 2000 en 2,1% in 2005) en op 9 energie, water: 10,6 mld). Gewenst: grafiekje dat de ontwikkeling in de tijd toont.
-p157, tabel 12.11 toont eveneens de toegevoegde waarde van de div bedrijfstakken maar noemt als grote drie: fin.zak.dienstverleing met 29%, nijverheid 25% en horeca, handel, vervoer en communicatie 21%. Lekker handig.
-p157, tabel 12.12 arbeidsvolume naar bedrijfstak, toont een andere hekkesluiter: delfstoffen (7000 werkzame personen). Landbouw, bosbouw en visserij is pas als 3e hekkesluiter met 209.000 werkzame personen(=3% van het totaal van 6,754 mln arbeidsjaren.)
NB -p147, tabel 11.17 toont het arbeidsvolume in de land- en tuinbouwbedrijven; 171.000 arbeidsjaren in 2008. Lekker handig.
-p163 tabel 12.26 toont het bbp per inwoner in 2006. Bij een index van 100 voor Nederland, scoren bepaalde gebieden in Noord-Groningen, Utrecht, N en Z Holland en Zeeuws-Vlaanderen 110

* Natuur en milieu
-p169 De emissie van broeikasgassen is in2007 voor het derde opeenvolgende jaar gedaald. Met 205 mld CO2-equivalenten ligt in 2007 de uitstoot van broeikasgassen 4 procent onder het niveau van 1990, het basisjaar van het Kyotoprotocol.
De diverse tabellenreferenfrequent aan de ‘ipcc-norm’ terwijl vermoedelijk de IPCC-definities bedoeld worden: graag een markering voor waar de ‘norm’ precies ligt.
-p176, tabel 13.19 toont de hoeveelheid huishoudelijk afval per inwoner. Sinds 1999 ligt dat op ca 675 kg per inwoner.
-p180, tabel 19.31 toont de omvang van de milieudienstverlening. Het aantal werkzame personen is gegroeid va 20.000 naar 24.000 in de periode 2000-2008 en de winstgevendheid is in diezelfde periode gegroeid van 4 naar 8%. In 2008 bracht de sector 4,8 mld op (baten)

* Onderwijs
-p183 oud nieuws: het opleidinsniveau vd NL bevolking neemt toe, het aantal achterstandleerlingen is gehalveerd t.o.v. 1995/96 (ook al speelt de bijstelling van de criteria een rol) en het aandeelonderwijsuitgaven in bbp-percentage is gedaald.
-p186, tabel 14.9 en 14.10 toont het aantaleerlingen in resp. bol en bb. Economie en Zorg/welzijn zijn (even) populair en samen goed voor ca 250.000 van de ca 350.000 leerlingen in de bol en 78.000 van de 161.000 bbl’ers. Spelen landbouw (17.000) en techniek (79.000) een kleine rol bij bol bij bbl is de techiek relatief groot (73.000) en landbouw naar verhouding (9.000).
-p188 ev Het combineren van de hbo- en wo-tabellen eerste jaars en geslaagden enkele jaren later, toont interessante uitkomsten. Iedereen vanlandbouw en diergeneeskunde slaagt.
Verder zijn de gegevens te ruw om er “brood van te bakken”.
-p190, tabel 14.20: tont het aantal ingeschrevenen wo. Het aantal bedrijfskundigen begint het (relatief gelijkblijvende) aantal sociale wetenschappers te benaderen.
-p193,tabel 14.26 toont het onderwijsniveau van de bevolking. Ca 2,8 mln (van de ca 11 mln) heeft een hbo (1,8mln) of wo ( 1mln) op zak.
-p193,tabel 14.28 toont de uitgaven aan onderwijsinstellingen per deelnemer. Het tertiaire onderwijs vereiste in 2008 ca 13.800 euro per deelnemer tegenover 5,700 in het po. In 2000 was dit nog resp. 11,8 en 4,0.
-p195,tabel 14.31 toont het voortijdig schoolverlaten per schoolsoort . Op niveau 1 gaat het om ca 37%, niveau 2 15%, niveau 3 en 4 ca 5%.

* Overheid
-p200 tabel 15.1 toont de lopende rekeningen naar functie van het rijk. De lopende inkomsten in 2007 waren 147,8 mld, de lopende uitgaven 138,7 mld. In 2004 waren de uitgaven nog hoger dan de inkomsten. Merkwaardig dat de vergelijkende cijfers van 2000 ontbreken terwjl vrijwel elke ander tabel in het jaarboek die wèl vermeld!
-p201, tabel 15.3 toont de opbrangst van de Rijksbelastingen. Die zijn fors gestegen; van 94 mld euro in 2000 langzaam naar 105 mld in 2004, en dan straight naar ca 134 in 2007. Dat is 50% meer dan in 2000!

* Prijzen
-p207 meldt dat er aanvankelijk een sterke toename van de inflatie was in 2008, gevolgd door een flinke daling zodat de inflatie voor het eerst uitkwam boven de 2,5% van 2003.
Met voor de industrie wordt een grillig prijsverloop gemeld; de afzetprijzen waren 7,2% hoger dan een jaar geleden, de grootste prijsstijging in de afgelopen 8 jaar. Mn. de prijzen voor grondstoffen en halffabricaten waren in 2008 zo’n 11% duurder (2x zo groot als in 2007). Verbruikte goederen in de aardolieverwerkende industrie waren 24% duurder dan een jaar eerder (was in 2007 iets minder dan 3%).
-p208, tabel 16.1 toont de jaarmutatiepercentages van denijverheid naar bedrijfstak. De delfstofwinning toonde flinke mutaties in 2006 en 2008; resp. 30,1% en 27,5%, tegen 14,7% in 2001. Ook hier: merkwaardige selectie van vergelijkingsjaren.
-p210, tabel 16.5 toont de producentenprijsindex van de industrie. Tussen 1990 en 1999 “kabbelde” de index rond 87 (afzetprijzen) en 82 (verbruiksprijzen), gevolgd door een sprong naar 100 tussen 2000 en 2004 (beide). Vanaf 2004 lopen de beide indexen snel (rechtlijnig) omhoog 130 (afzetprijs) en bijna 150 (verbruiksprijzen) in 2008.
-p212, tabel16.7 toont dat de inflatie zich v.a. ca 1983 zich rond op op de 2% beweegt.
-p212, tabel16.8 toont dat de woningprijs in 2008 minder sterk stijgt (ca 2,8%)dan in de direct voorgaande jaren (4%) met 2001 +10%.

* Veiligheid en recht
-p216, tabel 1.2 toont dat de lichte daling van het aantal mensen (15j en ouder) dat slachtoffer werd van een misdrijf doorzet; 25,4% in 2008 tegen 24,8 in 2007, 27,2% in 2006 en 28,8% in 2005. De daling doen zich voor bij vandalisme en vermogensdelicten. Vooropgesteld dat deze effecten ook door verminderde aangiftebereidheid zouden kunnen komen.
-p218, tabel 17,5 toont dat het daarbij in 2008 om totaal 5,192 mln delecten ging. Op een bevolking van ca 16,7 mln kom ik dan op een ander percentage uit!
-p223, tabel 17.19 toont het aantal verleende pardonvergunningen naar nationaliteit (de 10 meest voorkomende). In bijna 4000 gevallen gaat het om ex-USSR burgers en ex-Yoegoslaven (iets meer dan 3000). Daarna volgen Afganen (ca 1750), Irakezen, Chinezen, Iraniërs (ca 1500), Sierra Leone, Angola (ca 1000) en Somalië (ca 750).
-p224, tabel 17.20 toont bijna een verdubbeling van het aantal kinderen dat ondertoezichtstelling is geplaatst (van 5500) sind 2000 naar 10.600 in 2007.
Daar staat een afname van onder voogdijstelling tegenover: van 7400 in 2000 naar 1500 in 2007. Het aantal alleenstaande minderjarige onder voogdij staande kinderen nam af van 11800 naar 2100.
-p227, tabel 17.20 toont dat het aantal ingediende asielverzoeken, veranderde van 43.600 in 2000 naar 12.400 in 2005 en 15.300 in 2008.
-p227, tabel 17.21 toont een daling van het aantal asielterugkeerlingen van 16.600 in 2000 naar 10.200 in 2006. Merkwaardig dat cijfers van zelfs 2007 ontbreken.

* Verkeer en vervoer
-p233; de ca 16 mln inwoners, legden in 2007 ruim 197 mld kilometer af; voor 3/4 per auto (p236, tabel 18,7) en 11% per openbaar vervoer). Een kwart van de hishoudens heeft 2 of meer auto’s. Het wagenpark (p234, tabel 18.2) groeide van 7,6 mln in 2000 naar 9 mln in 2008.
-p234, tabel 18.1 toont dat ons wegennet gbroeide van 130.446 km in 2001 naar 136.135 in 2008. Waarom niet 2000 gemeld i.p.v. 2001?
-p238, tabel 18.11 toont de top-tien van herkomst en bestemming van het passagiersvervoer NL luchthavens: London/Heathrow voert met ca 1,8 mln passagiers de lijst aan. Goede 2-364 zijn Barcelona, Madrid en Parijs (resp. ca 1,3 mln, 1,2 mln en 1,2 miln). Daarna volgen Kopenhagen, Milaan, Rome, Detroit, Antalya en London/Gatwick (ca 750.000 pass.).
Merkwaardig is dat Duitse luchthavens niet in het rijtje voorkomen.

* Vrije tijden cultuur
-p243 ICT wint steeds meer terrein in termen van laptops thuis (56%) en een (in meerderheid breedband) internet verbinding (>90%).
Nederland trok (4%) minder buitenlandse toeristen dan in 2007, het aantal NL-overnachtingen bleef ongeveer gelijk.
-p252, tabel 19.17 toont een teruggang van het aantal openbare bibliotheken; van 532 in 2000 naar 202 in 2007; net als het aantal collecties (resp. van 22.664.0000 naar 18.764.000), als het aantal uitleningen van boeken (van 80,8 mln naar 63,9 mln). De daling wb collecties en leningen jeugboeken is minder sterk, net als de leden bestanden.
Merkwaardig genoeg ontbreekt cultuur in het overzicht; bezoek theater, concert, popfestivals, lidmaatschap van toneel-, muziek- en dansverenigingen, enz. enz.

Laatst gewijzigd op 22 november 2018