Steun ons en help Nederland vooruit

donderdag 25 juni 2020

Regionale Energie Strategie- 5 vragen en antwoorden

Vanavond neemt de gemeenteraad van de Gemeente Utrechtse Heuvelrug een besluit over het concept bod voor de Regionale Energie Strategie (RES). Al een paar weken wordt in de voorbereidende commissies door de verschillende raadsfracties flink gediscussieerd over de RES. Maar wat is de RES nou precies en waarover wordt er besloten donderdag?

  1. Wat is de achtergrond?

In het politieke klimaatakkoord dat vorig jaar gesloten werd voor de periode tot 2030, werd afgesproken dat voortaan lagere overheden zelf alle zeggenschap zouden krijgen over het opwekken van groene elektriciteit.

En dat betekent dat de gemeenten moeten komen met plannen. Alle plannen bij elkaar moeten ervoor zorgen dat het gezamenlijke klimaatdoel wordt bereikt, namelijk dat in 2030 ongeveer 70% van het Nederlandse elektriciteitsverbruik met zon en wind wordt opgewekt om ervoor te zorgen dat de CO2-uitstoot dat jaar met 49% gereduceerd wordt. Doel voor elektriciteit is om in 2030 landelijk 35 terrawattuur (TWh) stroom op land op te wekken. Nog eens 49 TWh moet in 2030 opgewekt worden door grote windturbines op de Noordzee.

  1. Hoe komen de plannen tot stand?

Er zijn ruim 350 grote en kleine gemeenten in Nederland. Afstemming tussen de verschillende gemeenten is bij de voorbereiding van de plannen noodzakelijk. De Gemeente Utrechtse Heuvelrug overlegt over het plan voor duurzame opwek  binnen de U16. Dit is een samenwerkingsverband van 16 Utrechtse gemeenten, waarin allerlei maatschappelijke opgaven die vragen om een gemeente-overstijgende aanpak worden opgepakt. Ook 4 waterschapen, de provincie Utrecht en Stedin zijn bij de afspraken over duurzame opwek betrokken.

In totaal zijn er verschillende 30 energieregio’s in Nederland. Uiterlijk 1 oktober dienen alle energieregio’s het concept van hun plannen, oftewel de RES, in. Vervolgens beoordeelt het planbureau voor de leefomgeving (PBL) of alle plannen voldoende zijn om het klimaatdoel te halen. Het definitieve plan moet op 1 juli 2021 worden ingeleverd.

  1. Hoeveel heeft de U16 te zeggen?

De U16 is een overlegstructuur. Wethouders spreken daarin met elkaar, stemmen hun plannen op elkaar af en komen met een gezamenlijk totaal bod. De U16 kan geen besluiten nemen. Dat doen de gemeenteraden van de verschillende gemeenten.

  1. Waarover wordt op 25 juni tijdens de raadsvergadering besloten?

De afgelopen maanden hebben bijna alle energieregio’s hun voorlopige plannen openbaar gemaakt. Ook de U16 is gekomen met een voorlopig plan (RES) waarin staat hoeveel stroom de 16 gemeenten gezamenlijk denken op te wekken tot 2030. Deze gezamenlijke hoeveelheid, oftewel het bod, is voor de U16 uitgekomen op 1,8 TWh.

Op 25 juni moet de gemeenteraad van de Utrechtse Heuvelrug besluiten of ze akkoord is met de hoogte van dit regionale bod.

Er wordt op 25 juni niet besloten op welke manier (grote zonnedaken, zonneweides of windparken op land) de duurzame energie per gemeente wordt opgewekt. Ook niet over hoeveel er per gemeente moet worden opgewekt. Daarover wordt komend najaar gesproken.

  1. Kan de gemeenteraad iets aan het bod wijzigen?

Ja, dat kan. Daartoe moet een wijzigingsvoorstel (amendement) ingediend worden. Er liggen op dit moment 2 wijzigingsvoorstellen:

  • een voorstel van BVHLokaal en SGP om aan het besluit toe te voegen als gemeente Utrechtse Heuvelrug in te zetten op energiebesparing, grootschalig zon op dak en ook te kijken naar de mogelijkheden van zonne-energie op, in en langs infrastructuur, parkeerplaatsen, vuilnisbelten en waterzuiveringen en
  • een voorstel van het CDA aan het besluit toe te voegen dat binnen de gemeente Utrechtse Heuvelrug geen geschikte locaties zijn voor de opwekking van windenergie.

Daarnaast wordt donderdag ook nog gestemd over een 7-tal moties. Deze moties wijzigen het voorstel niet, maar roepen de wethouder op met bepaalde zaken rekening te houden.

*
Hoe staat D66 erin?

D66 vindt het belangrijk dat we als gemeente Utrechtse Heuvelrug de komende 10 jaar een steentje bijdragen en verantwoordelijkheid nemen om de opwarming van de aarde tegen te gaan. We zijn dan ook akkoord met het bod en als het voorstel ongewijzigd blijft, zullen we in elk geval vóór het voorstel stemmen.

D66 ziet graag dat er meer wordt ingezet op energiebesparing (“wat je niet verbruikt, hoef je ook niet op te wekken”), zon op dak en zonnevelden, zeker als die een positieve invloed hebben op de biodiversiteit. Over windmolens doet D66 op dit moment geen uitspraak, behalve dan dat we van mening zijn dat het ondoordacht is om bij voorbaat bepaalde keuzes uit te sluiten. In ons verkiezingsprogramma hebben we aangegeven positief te staan tegenover duurzame energieopwekking zoals zonnepanelen en mini-windmolens, vooral bij nieuwbouw en op bedrijventerreinen.

Ten slotte is de fractie van D66 kritisch over de mate waarop de inwoners de afgelopen maanden zijn betrokken bij de energietransitie. In onze ogen heeft de gemeente daarbij een regierol en is het van wezenlijk belang inwoners breed te informeren én te betrekken bij de RES.

Dat is tot nog toe onvoldoende gebeurd en kan en moet beter.