Steun ons en help Nederland vooruit

zondag 12 mei 2019

Herbestemming Marinierskazerne

Het College van de Utrechtse Heuvelrug gaat binnenkort in gesprek met staatssecretaris Barbara Visser over de wens van de gemeente het kazerneterrein in Doorn om te vormen naar een eigentijdse en duurzame dorpse wijk.

Deze wens is niet nieuw: al vanaf begin 2017 wordt nagedacht over (1) wat te doen met het terrein (2) wanneer de mariniers vertrekken. Een exacte invulling is er in eerste instantie nog niet, maar wat wel al snel duidelijk wordt, is dat woningbouw, maatschappelijke voorzieningen en duurzaamheidsambities meegenomen dienen te worden bij de verschillende scenario’s. Dat het College dit nog steeds wil, is op zich dus niet verrassend. Het gaat met name om de vraag wanneer de mariniers gaan verhuizen. Voor onze eigen planvorming maakt het nogal uit of dit over 5, 10 of over 15 jaar is.

De afgelopen maanden bleek dat defensie het er inmiddels over eens is dat de verhuizing een “reorganisatie” is en dat betekent dat de Tijdelijke Reorganisatie Medezeggenschapscommissie (TRMC) over meer onderwerpen mee kan praten om ervoor te zorgen dat de nieuwe kazerne in Vlissingen “fit for purpose” wordt. Er wordt uitgebreid de tijd genomen om de punten waarop de nieuwbouwplannen tekort schieten door te nemen en de bouwvoorbereidende werkzaamheden in Vlissingen zijn tot 1 juli zijn opgeschort. De fractie van D66 vindt dit op zich een positieve ontwikkeling. Ook al zorgt dit voor verdere vertraging in onze eigen planvorming: op deze manier lijken de belangen van de mariniers en hun gezinnen een plek te krijgen in het proces, iets waar wij altijd voor gepleit hebben.

Daarnaast was onlangs in de nieuwsbrief van TRMC te lezen dat anti-terreur eenheid MARSOF nog een periode vanuit Doorn blijft opereren, ook ná het vertrek van de overige mariniers. Om hoeveel mariniers dit gaat en voor hoe lang dit zou zijn, is nu nog onduidelijk, maar deze ontwikkeling zou eveneens kunnen zorgen voor verdere vertraging van het project.

Wat we als gemeente vanuit Den Haag nodig hebben, is meer duidelijkheid over het te verwachten tijdpad zodat de we hier mogelijke scenario’s op af kunnen stemmen. Een gesprek met de staatssecretaris zal alleen zin hebben als hier expliciet naar gevraagd wordt. De kans dat we hier op korte termijn antwoord op zullen krijgen, is echter klein.

Laten we dus niet teveel wachten op berichten uit Den Haag, maar ons richten op wat nu al wél kan: inzetten op projecten waarover al een besluit is genomen en die op uitvoering liggen te wachten, inventariseren hoe we in onze gemeente snel en slim woningen voor kleine huishoudens kunnen realiseren en kijken naar alternatieve scenario’s. Want wat in elk geval wél duidelijk is, is dat er binnen de gemeente een steeds grotere behoefte aan woningen is en dat we daar iets aan moeten doen Mét of zónder mariniersterrein.