Steun ons en help Nederland vooruit

dinsdag 6 november 2018

Vragenuur – De 2 Marken – 8 november 2018

Donderdag 8 november zullen wij  gebruik maken van het vragenuur in de raadsvergadering. De vragen hebben betrekking op de situatie rondom De 2 Marken in Maarn

Over de financiële verplichtingen:
1. Betaalt de gemeente rechtstreeks aan de hypotheekverstrekker van De Twee Marken? En is dat ingeroepen door de hypotheekgever?
2. Welke zekerheden heeft de gemeente gekregen van Stichting De Twee Marken?
3. Heeft het college zekerheid dat de Stichting verder aan haar lopende verplichtingen jegens derden kan voldoen?
4. Hoe lang kan dit doorgaan? Is er komende jaren wel genoeg budget om het dorpshuis normaal te runnen en bijvoorbeeld lekkage aan het dak te laten verhelpen?

De Stichting heeft, naar de ons bekende informatie, onvoldoende cashflow, maar heeft wel serieus vermogen dat vastzit in vastgoed:
5. Hoe vrij is het bestuur nog om beslissingen te nemen over beheer of verkoop van gebouw/grond? Kan dit nog zonder instemming van de gemeente?
6. Wie heeft nu welke bevoegdheden? Is het stichtingsbestuur nog gerechtigd om contracten aan te gaan en/of te verpachten of te verhuren?

Het Stichtingsbestuur is ook gesprekspartner van gemeente, scholen en kinderopvang rondom de MFA in Maarn:
7. Kan het bestuur nog vrij en zelfstandig opereren in overleg over de MFA?
8. Heeft het stichtingsbestuur of de gemeente een scenario waarin de continuïteit van het dorpshuis gerealiseerd kan worden zonder overeenstemming over MFA?
9. Wat gaat een scenario zonder MFA betekenen voor de financiële verplichtingen van de gemeente rondom het dorpshuis.
10. Welke bevoegdheden en zekerheden heeft de gemeente dan richting het stichtingsbestuur.

Over de betrokkenheid van inwoners:
11. Zitten de inwoners van Maarn als betrokken partij ook aan tafel? Onderwijs, kinderopvang en de formele eigenaar van De Twee Marken hebben een sleutelrol, maar de inwoners hebben in onze ogen geen gelijkwaardige positie aan tafel, anders dan viavia. Daar deden we het toch voor? Is dat, gezien de lessen van de Binder en de ervaringen in Maarsbergen, nu niet juist een belangrijke en noodzakelijke voorwaarde, dat inwoners als gelijkwaardige partij betrokken zijn?